De dit jaar overleden Dick Matena (1943-2026) was een veelzijdig tekenaar. Hij tekende met name in de jaren 60 en 70 moeiteloos Marten Toonders Tom Poes en diens Panda, naast de overbekende Walt Disney-stripfiguren, waaronder De Kleine Boze Wolf. Ogenschijnlijk moeiteloos afgewisseld met zijn eigen strips, zoals De Argonautjes, Ridder Roodhart en Grote Pyr.
Eind jaren 70 baart Matena opzien met de strip Virl. Voor dit sciencefictionverhaal voor volwassenen meet hij zich een totaal nieuwe stijl aan: de bijna klare lijn volgens Matena met een vleugje popart. Uitgeverij L heeft deze Virl-verhalen gebundeld in een fraai gebonden uitgave.
Sciencefiction raakt in de tweede helft van de vorige eeuw steeds populairder. Op de beeldbuis dendert vanaf 1966 Star trek over het scherm. Beroemd wordt de nooit uitgesproken kreet: Beam me up, Scotty!. Het witte doek moet dertien jaar wachten voor de USS Enterprise, dankzij Paramount Pictures, op groot formaat voorbijkomt.
In hetzelfde jaar komt Walt Disney Productions met The black hole; een kostbare flop. Een jaar eerder vliegt dankzij Warner Bros. de oorspronkelijke strip-en tekenfilmheld Superman door menig filmtheater. De grote klapper is 20th Century Fox' Star wars uit 1977. De interesse voor het medium sciencefiction krijgt dankzij deze film, en de voortschrijdende techniek, een enorme boost.
Dick Matena kiest ook voor dit genre, zij het in de vorm van een beeldverhaal. Virl wordt zijn eersteling. De eerste verhalen verschijnen vanaf medio 1977 in het tijdschrift Mickey Magazine, een maandelijks stripboekje op Troskompas-formaat. Het kleine formaat is er debet aan dat Matena vanaf het tweede tienpagina-verhaal de achtergronden uiterst sober houdt en waar nodig weglaat. Hij speelt ook met de vormgeving: geen stroken met plaatjes, maar grote tekeningen afgewisseld met een langwerpige strook of vier kleine plaatjes op een rij.
Het oog wordt constant geprikkeld door de, zeker voor die tijd, gewaagde lay-out. De verhalen zijn simpel: Virl wordt levenslang van de planeet Terra verbannen naar de ver weg gelegen planeet Cion. Vanaf daar probeert Virl terug te keren naar zijn Terra. Dat levert de nodige avonturen op. Voor de albumuitgave De verbanning naar Cion (1979) wordt de strip, die in het maandblad in zwart/wit verschijnt, alsnog ingekleurd. Niet door Matena zelf, dat wordt uitbesteed. Hij kleurt aan de hand van de pagina's uit Mickey Magazine de strip als voorbeeld in. Martin Lodewijk adviseert hem de blauwdrukken voortaan zelf in te kleuren. Of dat vanaf Virls speurtocht naar Terra (1981) gebeurt, vermeldt het dossier niet. Wel dat voor het stripblad Por Dios (dat vanaf 2010 verschijnt) de oude verhalen opnieuw zijn ingescand en digitaal ingekleurd. Soms zijn de kleuren, mede door het matte papier van deze uitgave, wat minder fel, rustiger. Maar soms wordt de tekening wat onduidelijker.
Na dertig jaar maakt Matena vanaf 2011 voor het stripblad Eppo een nieuw Virl-verhaal, Het asiel. Stralen zijn eerdere verhalen, zowel qua tekst als beeld, een heldere lijn uit, het nieuwe verhaal bestaat uit een overdaad aan tekst en ontelbare, veelal piepkleine tekeningen op een rij. Vaak vijf stroken op een pagina. In alles mist dit verhaal de charme van zijn voorgangers. Het blijft bij één verhaal.
Alle lof voor uitgeverij L die in één uitgave Virl compleet bundelt. Wel een paar minpuntjes bij het informatieve en rijk geïllustreerde dossier, samengesteld en geschreven door Jos van Waterschoot en Rob van der Nol. Zo wordt bij Jack Davis zijn jaar van geboorte en overlijden vermeld, maar nota bene bij Dick Matena, en ander genoemde tekenaars, niet. Toonder Studio's wordt de ene keer als Toonder studio en vervolgens als Toonderstudio geschreven. De bron van de Matena-citaten wordt niet genoemd. Slordig.
Desondanks is deze verzamelde Matena-collectie een aanrader. Triest dat de veelzijdige stripmaker deze uitgave zelf niet meer mocht meemaken.