Simon Spruyts De maanwandelaar is een rijke histo-reli-sf-actua-antifa-avonturenstrip.
Heerlijk: praten over strips en literatuur. ‘Strips’ zou dan lectuur zijn, pure entertainment; en literatuur zou dan entertainment met diepgang zijn: meerlagig, interpretabel. Een gesprekspartner beet mij eens toe: ‘Als ik meer lagen wil, koop ik wel triplex!’.
Die tegenstelling is allang achterhaald natuurlijk (nog even afgezien van de vraag wat er mis is met pure entertainment). Hergé’s depressies, Chang en Tibet pakken zó een halve meter boekenkast. Veranderende gezinsverhoudingen in Jan, Jans en de kinderen: staat al in iemands scriptie. Ten derde, ‘Seefhoek vooruit’: de vroege Vandersteens zijn bron voor onderzoekers van de Antwerpse volkscultuur.
Spruyts jongste album, De maanwandelaar, is het allemaal. Wat een prachtig verhaal, en wat een productieve kunstenaar, met zo veel stijlen. Ten eerste is De maanwandelaar een spannend geschiedenisverhaal over een vrouw die belandt in een vroege samenleving waarin moord, eerwraak én slavernij. Maar al snel merkt de kijker/lezer dat hij in religieuze decors rondloopt, niet alleen uit Genesis, maar uit alle drie de monotheïstische godsdiensten. Heethoofd Levi is een kleinzoon van Abraham, die optreedt in de Thora, Bijbel en Koran. In de stad Sichem vrijt herdersdochter Dina met de prins, een lekkere dwarse ingreep van Spruyt, want in de oude geschriften is het een verkrachting, met eerwraak als gevolg. En dan is die vrouw een afgezant van een buitenaardse samenleving, in de gedaante van godin Sashansunnu, Wonderwoman zonder helm. Ze zoekt een eerdere zendeling. Is er een ‘redder’ onderweg? Waren de goden kosmonauten? We lezen dus ook pure science fiction!
We wandelen met de personages op Uittocht naar Egypte. Vervolgens realiseert de lezer zich, dat hij opgezogen is in een verhaal dat zich in bakermat Mesopotamië afspeelt, nu Iraks, Irans en Syrisch grondgebied, waar ze nog wel een vredesstichter kunnen gebruiken. Ten vijfde is daar dat motto, ontleent aan Thomas Manns baksteen Jozef en zijn broers, uit 1933 (1344 pagina’s!), waarin de gelauwerde schrijver-in-exil een religieus-humanistische verhalencyclus opbouwt als tegenwicht tegen de runen-ronkende Bloed en Bodem-mythes van de nazi’s. Spruyt ontleent er de maanwandelaar uit.
In terracotta, oker en hemelsblauwe tinten schildert Spruyt met waterverf en kleurpotlood het ene juweeltje na het andere. Ten slotte zegt het resterende motto: ‘Leave your story outside’. Dat moeten we ironisch opvatten: de mens IS een verhaal. In de woorden van kunstenaar Louwrien Wijers: wij leren geen (strip-)taal, (strip-)taal leer ons.