De Indonesische tekenaar Apri Kusbiantoro heeft in Nederland, België, Duitsland en in zijn eigen land de nodige faam verworven met zijn heftig tekenstijl in fantasystrips over stoere helden en bovennatuurlijk wezens (Lemuria, Storm, Saul). Voor de liefhebbers van dit genre schreef de uit Yogyakarta afkomstige filmmaker Fajar Nugros voor Kusbiantoro het scenario van de strip Elang Djawa (Javaanse adelaar) over een voor deze stad historische gebeurtenis: de door de VOC opgelegde splitsing in 1755 van het vorstenrijk Mataram in de vorstenrijken van Yogyakarta en Surakarta.
De strip gaat echter nauwelijks over historische feiten. Zo eindigt het verhaal met een onwaarschijnlijke als geopolitieke scheidsrechter optredende officier van Nederlands-Indië (dat bestond toen nog niet) in een laat-achttiende-eeuws uniform. Veel personages in deze strip zien er in hun uiterlijk en in hun gedrag niet uit als Javanen. En veel gebouwen kloppen niet met de historische werkelijkheid, zoals het café met een bar waar de hoofdpersoon zich bezuipt. Als disclaimer schreef Nugros in de Duitse versie (deze ontbreekt vreemd genoeg in de Nederlandse) dat het om de verstripping gaat van een verhaal dat zijn vader hem in zijn jeugd had verteld. 'Dit verhaal is me tot in mijn volwassenheid bijgebleven. Pas toen ontdekte ik dat het verhaal van mijn vader volledig verzonnen was.'
In dit dus fictieve verhaal moeten de aanvankelijk onnozele struikrover Wulung en een tegenstander de landgrens tussen het 'westelijke en oostelijke koninkrijk' vaststellen. Beide 'ridders' vertrekken bij zonsopgang vanuit hun eigen hoofdstad en op het punt waar ze elkaar ontmoeten, zal de grens lopen. Tijdens de gevaarlijke reis wordt Wulung in zijn strijd tegen monsters geholpen door de mythische vogel Elang Dwaja. Maar die kan niet voorkomen dat hij tot slot door de soldaten van zijn opdrachtgever verraderlijk met pijlen wordt doorboord.