Lucien is het debuut van de Vlaamse dertiger Rani de Prée. En ze pakt gelijk uit met een lijvig werkstuk van meer dan tweehonderd pagina’s. De Prée spaart hiermee de lezers niet. Ze pakt deze bij de hand om te laten zien wat haar proeve van bekwaamheid is. Voor een eersteling is dit niet slecht.
Lucien is een wat mysterieus verhaal. Dat aan de ene kant vraagt om bepaalde concentratie en aan de andere kant een open blik. Aan het begin wordt een oud graf open gegraven om een nieuw lijk in te stoppen. Het lijk is echter geen dode. Als dan Lucien als kind een mus probeert te redden die toch dood gaat, lijkt het niet meer goed te komen. Lucien denkt namelijk dat hij vervloekt is. Als hij dan ook nog eens een gouden doosje met drie dobbelstenen met doodshoofden erft, is het kwaad geschied. De dobbelstenen staan namelijk voor de dood. Maar wat is dood en wat is er na de dood? De jongeman komt in een andere dimensie. Eentje die even verderfelijk als licht is. Met een morbide vertelling tot gevolg. Waarin alleen engel Caelesta een bepaalde steun kan bieden. Waaruit weer blijkt dat niets is wat het lijkt…
De Prée laat met haar tekenstijl zien bij de nieuwe Vlaamse golf stripmakers te horen. Een mengeling van het klassieke stripverhaal, creatief in vormgeving in haar decoupage en een vleugje manga gecombineerd met een eigentijdse draai. Dit alles dik aangezet met struise lijnen en vette kleuren die van de pagina’s afspatten. Soms is het net gouache, de andere keer lijkt het net of er met kleurpotlood is gewerkt en elders is er weer ecoline in te ontdekken. Waarschijnlijk is het geen van allen. De Vlaamse heeft in ieder geval een eigen kijk op kleur.
Opvallend is wel dat De Prée veel pagina’s nodig heeft om het sprookje rond Lucien te vertellen. Minder had zeker gekund. Ze heeft vooral gekozen voor het visuele aspect. Wat wel weer een spektakel oplevert, maar of het aan de geschiedenis rond Lucien iets extra’s oplevert, valt te betwijfelen. Het is misschien wel iets te veel van het goede.