De Franse tweelingbroers Paul en Gaëtan Brizzi (1951) hadden een eigen studio. Ze werkten in Hollywood aan animatiefilms van Disney, Dreamworks en Sony. Al eerder regisseerden ze de Franse tekenfilm Asterix en de verrassing van Caesar (1985). De laatste jaren storten de artistieke broers zich op het verstrippen van wereldliteratuur. Ze maakten onder andere een getekende versie van Louis-Ferdinand Céline's Duitse trilogie en hertekenden de Divinia comedia van Dante als Dante’s hel. Hun nieuwste werk is een visie op Don Quichot de la Mancha van Miguel Cervantes. Het oorspronkelijke werk in twee delen heeft de vorm van een ridderroman en telt ruim driehonderd pagina’s. De 17de-eeuwse vertelling is vaak hertaald en meestal rijk geïllustreerd. Fraai is de uitgave met houtgravures van Gustave Doré. Het boek werd door een vakjury jaren geleden uitgeroepen tot mooiste roman aller tijden.
Protagonisten zijn een idealistische verdwaasde edelman en zijn steun en toeverlaat. Don Quichot, zoals hij zich noemt, streeft naar een leven zoals hij dat kent uit de ridderromans uit zijn bibliotheek. De oude man met het lichaam van een bedelmonnik zadelt zijn knol Rossinante. Met een scheerbekken als helm en samen met een boer, zijn ‘schildknaap’ Sancho Panza op een ezel, beleeft hij avonturen. De twee hebben een andere achtergrond en geschiedenis maar vormen een geloofwaardig duo. Denk eerder een soort Batman en Robin dan het vrijheid roepende clipduo Lady Gaga en Adele.
De gebroeders Brizzi tekenen de avonturen in zwart/wit. De fantasiewereld door de ogen van Don Quichot geven ze wel kleur met pasteltinten. Zo verbeelden ze prachtig het onderscheid tussen werkelijkheid en droomwereld. De dolende ridder met het treurige gelaat wordt vrij karikaturaal geschetst. Don Quichot ziet ridders waar er windmolens zijn; op zijn ideeën over rechtvaardigheid en moraal valt weinig af te dingen. Hij verdient mededogen, volgens de pastoor die de Brizzi’s introduceren als verteller. De Franse tekenaars moeten kiezen wat ze laten zien. Natuurlijk is er het befaamde gevecht tegen de reuzen cq windmolens. De ridder strijdt ook tegen schapen/draken, bevrijdt een circusleeuw en overwint de spiegelridder, in een door vrienden georganiseerd schijngevecht. Nadat zijn avonturen zijn gepubliceerd, krijgt hij een reputatie als iemand die kan vermaken. Edelen vragen hem aan tafel om zich te laten amuseren. Op een houten mechanisch aangedreven paard beleeft hij samen met zijn knecht (en allebei geblinddoekt) een laatste avontuur. Dat voert hen door de woestijn en een sneeuwstorm tot op de maan. Na een strijd met de duivel belooft hij een vrouw die zich voordoet als Dulcinea, zijn muze, het rustiger aan te zullen doen. Eenmaal weer veilig thuis in zijn dorp noemt hij zich weer Alonso Guijano. Op zijn sterfbed bekent hij aan Sancho Panza dat die het vaak beter zag dan hij als dolende, verdwaasde ridder. Aan Panza met zijn goedheid en nuchterheid laat de edelman de wereld daarom in vertrouwen achter.