Coral is bij het circus gegaan omdat ze niet langer haar vader, de rabbijn Loew, kan verdragen. Loew is niet zomaar een rabbijn, want hij wordt ook voor exorcisme gevraagd. Coral is daar per ongeluk getuige van geweest toen ze klein was. Ze probeert met haar vrienden van het circus dat wereldje achter zich te laten, maar de duivel staat dat niet toe. Met hem heeft ze constant gesprekken en niemand merkt dat aan haar. De duivel heeft iets voor haar in petto, maar ze weet nog niet goed wat. Langzamerhand begint bij haar het kwartje te vallen. Er was een moment dat ze door hem bezeten was, maar haar vader probeerde haar van hem te verlossen. Helaas ging dit niet helemaal goed, waarbij haar vader in een soort coma terecht kwam. Om uit deze status quo te komen, waar de duivel ook niet blij mee is, denken ze de oplossing te kunnen vinden in de hel. Maar Coral is er op beducht dat de duivel mogelijk geen eerlijk spel speelt. Daarnaast is er een geheime Joodse raad waarbij een pact met de duivel gesloten moet worden om de Duitse tirannie een halt toe te roepen. Maar daar is het bloed van de familie Loew voor nodig, om een Golem tot leven te wekken.
Dit is het eerste verhaal wat Homs zelf geschreven heeft en daar is hij goed in geslaagd. Hij mengt van alles door elkaar: de duivel, de hel met schilderwerk van Bruegel, het exorcisme en een oud Praags Joods sprookje uit de 16de eeuw. Hij plaats het aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog waarbij de Duitsers Tsjechië zijn binnengevallen, waardoor het verhaal een extra lading en beklemming krijgt.
Coral en de duivel is het lezen meerdere keren waard, want er zitten verschillende lagen en verhalen in (met flashbacks). Daarbij komt de fabel over de schorpioen en de pad ook een paar keer voorbij. Door zijn tekenwerk wordt de lezer omvergeblazen.