Als mejuffrouw Palatyn, historica, in dienst van graaf Orsini zijn familiebibliotheek archiveert en op orde stelt, ontdekt zij een verstopt dagboek waarin een jonge onbekende vrouw schrijft over haar verblijf dat ongeveer honderd jaar eerder plaatsvond in het grafelijk slot met de overwoekerde kasteeltuin.
Het dagboek van de onbekende vrouw en de plaatselijke folklore waar de historica zich in verdiept en onder meer leest over waternimfen, een afgewezen liefde en een uitgesproken vloek, leiden ertoe dat Palatyn intens gaat dromen over de duistere geschiedenis van de geheimzinnige tuin en het landgoed. In die dromen verschijnen ook scènes van wrede oorlogstaferelen en een klooster of gesticht waar strenge nonnen de scepter zwaaien.
Tijdens een wandeling ontmoet zij bovendien een oude vrouw die haar bezweert dat het slot helemaal niet bewoond is. Gedurende het onderzoek lijkt Palatyn steeds meer het contact met de realiteit te verliezen.
Of was het enigmatische verhaal al vanaf het begin eigenlijk niet reëel? En wat is de rol van de sleutel die Palatyn op weg naar haar onderzoek in de trein had laten liggen? Met schrale, sfeervolle tekeningen en karige teksten weeft Ineke een intrigerend verhaal waarin de lezer zelf zijn weg moet vinden.
Ibrahim R. Ineke (Den Haag, 1976) is visueel kunstenaar en schrijver. Hij studeerde onder meer aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten en is medeoprichter van de nomadische kunstgroep Baracca. In zijn grafische romans, uitgegeven door Sherpa, spelen gotische tegencultuur en symboliek een beduidende rol. Eerder publiceerde Ineke onder andere Hooge troeven, naar een novelle van Louis Couperus.