De Franse filosoof Luc Ferry (1951), oud-minister in zijn land onder Chirac, is de drijvende kracht achter De wijsheid van mythes. In deze reeks, op scenario van Clotilde Bruneau, worden bekende klassieke verhalen herverteld in stripvorm, in beeld gebracht door verschillende tekenaars. Het gaat om verhalen uit de categorieën: Griekse mythologie, Sumerische mythologie, Bijbelse mythologie, Literaire tragedies en de Hoofse roman. Hiermee rekken Ferry en Bruneau het begrip ‘mythe’ erg op. Onder de categorie: ’Literaire tragedies’ valt het album over Shakespeares Romeo en Julia, terwijl dat toneelstuk over het algemeen niet als mythe wordt gezien. Mythen hebben volgens bepaalde definities meer vandoen met culturen die verklaringen zoeken voor hun herkomst en het functioneren van de kosmos. Mythen worden door andere waarnemers, zoals de taalwetenschapper Roland Barthes, dan weer als iets negatiefs gedefinieerd, namelijk als ideologisch-burgerlijke constructen. Heel anders is dit bij Ferry, die er positief over is en die in de door hem samen gebrachte verhalen vooral naar Jungiaanse archetypen en universele wijsheid op zoek lijkt te zijn.
De adaptatie van klassieke verhaalstof is een beproefd recept, waarvan de verkoopbaarheid verzekerd lijkt door de bekendheid die er bij het publiek al is met de verhalen of de personages. Vaak wordt aan dergelijke adaptaties een educatief karakter meegegeven. Dat karakter komt in deze albums wel uit de verf: de lezer neemt snel wat kennis tot zich over de klassieke verhalen. Zo wordt het verhaal uit de Oudheid van de nostalgische Odysseus en zijn terugkeer naar zijn geliefde Ithaka behandeld (tekenwerk: Giuseppe Bairguera) en ook het verhaal over Romeo en Julia (tekenwerk: Gianenrico Bonacorsi) wordt toegankelijk gepresenteerd, zonder overigens veel toe te voegen, dat zou Shakespeare ook tekort doen.
De tekeningen van een album over de Arthuriaanse held Lancelot van Carlos Rafael Duarte zijn aansprekend, maar deze tekenaar moet het doen met een vrij zwak scenario, al kan dat ook liggen aan de magerte van de brontekst van de middeleeuwer Chrétien de Troyes. In strips hoeft niet per se alles meteen uitgelegd te worden, maar het verhaal over de ridder van de Tafelronde blijft wel erg onduidelijk. De storyboard-artist Francis Glebas stelde ooit dat er emoties bij de lezer ontstaan als de deze zelf de puzzelstukjes van het verhaal aan elkaar legt en er zo betekenis ontstaat. Dit weet scenariste Bruneau niet te bewerkstelligen.
In uitleidende filosofisch-historische stukken in de albums neemt Ferry de lezer serieus (en zichzelf ook). Zo maakt zijn ambitieuze project zich niet schuldig aan ‘bowdlerizing’, het opschonen en versimpelen van klassieke teksten. Zijn uitleidingen staan vol historische wetenswaardigheden, die voor de broodnodige context zorgen. Zo kan met betrekking tot deze albums gesproken worden van culturele gereedschappen (cultural tools), een term van de antropoloog James Wertsch. Met een cultureel gereedschap wordt culturele kennis gecommuniceerd en deze albums doen precies dat.