‘Het was ondraaglijk heet, misschien speelde dat een rol?’ Koenraad Tinel zet de perfecte, rauwe verbeelding naast Mario en de magiër (1930) van Thomas Mann.
Een gezin komt aan in een Italiaanse badplaats aan de Tyrreense zee. Wat een Zwitserleven-vakantie moest worden, mondt uit in een onheilspellend drama. Thomas Mann, Duits schrijver en Nobelprijswinnaar, doet het idee voor zijn novelle op in 1926, wanneer hij er zelf op vakantie is. Het begint met kleine voortekenen. Italiaanse kinderen marcheren met een vlag op het strand. Buitenlandse toeristen worden anders behandeld, tenzij zij heel rijk zijn. Wanneer het achtjarige dochtertje haar badpakje uittrekt om het in zee uit te spoelen, wordt de politie erbij gehaald: ‘een belediging van de Italiaanse gastvrijheid’…
‘Waren we toen maar weggegaan’, verzuchtten de ouders achteraf.
Dieptepunt wordt het optreden van de magiër Cipolla, een enge combinatie van Rasta Rostelli, Victor-mindfuck-Mids en Goebbels. Pa en ma realiseren zich wat ze zien, de kinderen zijn vooral geïntrigeerd.
Voor de 21ste-eeuwse lezer is allang duidelijk wat Mann, precies honderdvijftig jaar geleden geboren, wil zeggen: democraten, ‘let op U saeck’! De energieke Cipolla (‘ui’) staat voor Mussolini. In de hondsdagen van de jaren twintig gist het fascisme aan het Italiaanse strand.
Mann kan zich geen betere verbeelder wensen dan Koenraad Tinel (1934!), die immers zelf aan de ‘foute’ kant van de geschiedenis opgroeide. In Scheisseimer vertelt hij over het gezin waar hij ter wereld kwam: Vlaams, met uitgesproken nazi-sympathieën, en op de vlucht voor de geallieerden, naar Duitsland! Stripschrift stelde nog pas in nummer 493 dit boek aan u voor. De kinderen uit Manns verhaal en de jonge Koenraad, ze zijn ergens getuige van, maar van wat precies?
Tinels paginagrote inkttekeningen zijn expressief, met woeste uithalen, grof, rauw, geen klare lijn maar klare kost. Typisch schetsen van de beeldhouwer en lasser die Tinel óók is. Dat werkt prima naast Manns formele taal. Cipolla krijgt Faustiaanse trekken en op de achtergrond zien we Muskiaanse geheven rechterarmen (de Hitlergroet is precies in 1926 officieel).
Nu de zorgen over de weerbaarheid van ‘onze’ democratie toenemen, is Mario en de magiër een tegengif-strip. De laatste, naklinkende zin komt van de kinderen: ‘was dat het einde?’