Blank Congo is een fraaie bundel van drie oudere verhalen van de stripmakers Eric Warnauts en Raives (Guy Servais) over inter-etnische relaties, de seksuele moraal en de daarbij horende dilemma’s in Belgisch Congo, gezien vanuit een wit mannenperspectief. De strips zijn aangevuld met tekeningen en aquarellen van mooie zwarte, bruine en witte vrouwen.
Congo 40: in 1987 was Congo 40 de eerste strip in een realistische stijl over Belgisch Congo. Het is een zwoel oriëntalistisch verhaal over een kleine samenleving van Belgen op een plantage in de kolonie in 1943. Naast de meerderheid van veelal wellustige mannen is er Marie-Claire, een witte weduwe van middelbare leeftijd, dochter van de directeur. En er is zijn kleindochter, de getinte Laurence, dochter van Marie-Claires overleden man en een zwarte vrouw. En er is ook Elisa, de zwarte minnares van Vincent, een mooie witte jongeman. Alle drie vrouwen verlangen naar seks met hem.
Er speelt ook nog een bij de meesten bekend geheim: de overleden vader van Laurence is door zijn schoonvader vermoord omdat hij haar heeft laten misbruiken na een verloren kaartspel. De dader van het misbruik vond zijn daad niet zo bijzonder: ‘Wat heb ik met dat meisje anders gedaan dan we met die zwarte meisjes konden doen?’
Het verhaal eindigt kort na het onafhankelijk worden van Congo in 1960, als blijkt dat de dan psychisch ingestorte Vincent zijn omgang met de vrouwen grotendeels heeft ingebeeld. Zijn enige werkelijke relatie was die met Elisa, maar een Congolese man neemt die nu over, want Vincent ‘is geen man meer’. Het is een metafoor waarmee de dekolonisatie wordt bedoeld.
Congo 40 schetst een ontluisterend beeld van het kolonialisme in Congo waarin vrouwen door geile mannen worden gezien als wulps seksobject terwijl gehoorzame en primitief levende Congolezen af en toe verschijnen als onderdeel van het decor. Het is een pregnant voorbeeld van kritisch terugschrijven, zoals het einde van het verhaal duidelijk maakt.
Ebbenhouten bloemen: onder invloed van de meer dekoloniale tijdgeest publiceerden Warnauts en Raives in 2007 de strip Fleurs d’ébène (nu hier vertaald als Ebbenhouten bloemen) waarin ze ruimer aandacht besteedden aan het Congolese perspectief. In de kolonie onderzoekt de integere Belgische politiecommissaris Jean omstreeks 1958 een dodelijk ongeval met een zwart slachtoffer. Maar hij wordt echter tegengewerkt door hoge Belgische functionarissen die bij de zaak betrokken zijn en de zaak in de doofpot willen stoppen.
Jean houdt van Congo met zijn bereidwillige ‘ebbenhouten bloemen’ (zwarte minnaressen) en wil er graag blijven. Als Simon, zijn Congolese ondergeschikte, in een heftige discussie aan Jean vraagt of hij bereid is om dan zijn privileges op te geven, antwoordt deze: ‘Je vraagt me het onmogelijke’. Simon geeft hem dan een uitleg over de onrechtvaardigheid van het koloniale regime met zijn beschavingsoffensief: ‘Hebt u enig idee van de vernederingen die ik heb moeten doorstaan?’
Blank Congo: ook de korte strip Blank Congo uit 1989 (uit de bundel Equatoriales; in 1992 bij Casterman in het Nederlands verschenen als In het teken van de evenaar, waar dit verhaal nog Blank Kongo heet) gaat over een witte Belg met een zwarte minnares in Congo. Als de onafhankelijkheid nadert, wil hij bij haar blijven, maar hij is laf en kiest voor de terugkeer naar België met zijn witte vrouw en kinderen.
Samenvattend laat de bundel zien hoe Warnauts en Raives sinds 1987 hun kritische blik op het Belgisch kolonialisme in Congo hebben verbreed door in 2007 meer aandacht te besteden aan Congolese perspectieven. Het duo maakt ook duidelijk dat naast relaties tussen witte mannen en zwarte vrouwen ook het omgekeerde voorkwam. Taboedoorbrekend!