Yin en Yang zijn twee Chinese godsdienstige principes die samen alle natuurlijke processen pretenderen te beheersen. Hun symbolische weergave is wereldwijd bekend: twee tegen elkaar liggende komma's die samen een cirkel vormen. Stripscenarist Eric Boisset had zich ook eens een dagje in de sinologie verdiept en het leek hem wel vanzelfsprekend en belezen om de door hem geschreven tweeluik rond een Tibetaanse monnik te betitelen met Yin en Yang. Bij lezing van de twee delen van Boissets reeks Middernacht op Rhodos blijkt dat beide titels vooral voor de sier zijn gekozen. Op een enkele zweverige monoloog na wordt er in de strip niet ingegaan op het Chinese of Tibetaanse spirituele gedachtengoed.
Het mag de pret niet drukken. Middernacht op Rhodos is een vermakelijke avonturenstrip waarin spanning en humor speels door elkaar gemixt worden. Tekenaar Joseph Griesmar (Béhé) hanteert een aangename realistische stijl om het geheel in beeld te brengen en zet met name de twee klungelige hoofdpersonen Christian en Nicos leuk in de verf.
Het tweetal runt met de bloedmooie serveerster Ponette een hotel op Rhodos. Op een dag krijgen ze bezoek van Dondup Chögyam, een Tibetaanse monnik die ontsnapt is uit een door het Chinese leger ingenomen klooster. Dondup (wat een naam!) zegt te komen om Christian van een onbekende bloedziekte te genezen. Hij heeft daar Christians ring voor nodig, een decadent sieraad dat de uitbater van zijn ex-vriendin Julietta heeft gekregen. Zowel Julietta als Dondup blijken te werken voor de Engelse geheime dienst en worden geschaduwd door Chinese spionnen. Christian en zijn vriend Nikos - beiden niet bepaald de snuggerste - hebben geen enkel benul van de zich afspelende intriges. Het is vooral aan Dondup te danken dat de spionage-perikelen worden gepareerd.
Geheel bevredigend is de plot van Middernacht op Rhodos niet. Boisset zet aanvankelijk veel lijntjes uit, maar verliest onderweg naar een allesverklarende ontknoping menig subplot uit het oog. Aan het einde heb je als lezer het gevoel op bepaalde punten niet volledig te zijn geïnformeerd. Bovendien is het opvallend hoe vaak de hoofdpersonen Christian en Nikos zich op zijpaden begeven. Zo hebben ze het verschillende malen over een exhibitionistische hotelgast die de overige bezoekers wegjaagt. Nog afgezien van het feit dat we (helaas?) geen glimp opvangen van de potloodventer, is deze situatie louter een running gag om de karakters van de twee anti-helden een beetje kleur te geven. Toch valt deze mus niet helemaal toevallig van het dak: wanneer de exhibitionist naar een concurrerend hotel is gestuurd, trekt Dondup in diens kamer.
En zo gaat het met de hele strip: hoewel er kanttekeningen te plaatsen zijn, hebben we toch wel degelijk te maken met een aantrekkelijk verhaal dat vlot wegleest. Het vakkundige tekenwerk van Béhé doet een extra duit in het zakje. Al met al biedt Middernacht op Rhodos de lezer een vermakelijk avontuur, uitgestrekt over twee albums. En voor de fijnproever is het leuk om te weten dat de twee covers samen één tekening vormen (die - helaas - niet naadloos op elkaar aansluiten -red.).