De karikatuur floreert al eeuwen, maar in de laatste 25 jaar is hij tot uitzonderlijke bloei gekomen. Wat de illustratieve karikatuur betreft is striptekenaar Tibet een trendsetter geweest. Aan het begin van de jaren zeventig publiceerde hij iedere week een karikatuur in het weekblad Kuifje. De techniek die hij hiervoor gebruikte - kleurpotlood op een ondergrond van aquarel - werd nagevolgd door Ricord, Morchoisne en Mulatier. Tegenwoordig kan gesproken worden van een echte school, waarin verfijnde kleurpotloodarceringen en een scherp oog voor het hilarische detail centraal staan.
Eén van de exponenten van die school is de Vlaming Jan Op de Beéck en om nieuwe leerlingen op te leiden heeft hij een leerboek opgesteld met de titel De kunst van de karikatuur. In 16 hoofdstukken geeft hij een heldere methode om (beter) te leren karikatuurtekenen, rijk geïllustreerd, fraai vormgegeven en aanstekelijk van opzet. Afgezien van een rommelige historische inleiding is het boek zeer leesbaar. Op de Beéck heeft zowel een te populaire als een te academische toon weten te vermijden.
De hoofdvorm wordt behandeld vanuit de gemiddelde verhoudingen of zogenaamde nulvorm, vervolgens vanuit de schedel, vanuit silhouet en vanuit basisvormen. De onderdelen van het hoofd, de houding van het lichaam en het werken naar foto krijgen aparte aandacht. Tenslotte wordt bekeken wat de mogelijkheden met de computer zijn en komt een aantal collega's aan het woord die aan de hand van illustraties uit eigen werk inzicht in hun technieken geven.
Vooral dit laatste is een waardevolle aanvulling, want de benadering van Op de Beéck is nogal eenzijdig. Karaktertypering is niet zijn sterkste kant en daarop gerichte tips of oefeningen ontbreken. Zo wordt de oogexpressie zeer summier behandeld, ontbreken gezichtsuitdrukkingen en profil en worden emoties in het algemeen met enkele stripvoorbeelden afgedaan. Voor het neerzetten van een figuur in enkele rake lijnen - vaak hoofdonderwerp in andere karikatuurleerboeken - is in dit boek niet gekozen. Maar wie de kunst van het toevoegen in plaats van het weglaten wil beheersen, heeft aan dit boek een gaaf stuk vakwerk van een uitstekend ambachtsman.