Eén van de meer omstreden strips in Sjosji is de laatste tijd Marc van der Holsts Spekkie Big. In de brievenrubriek getuigen lezers van grote ergernis of betuigen zij warme aanhankelijkheid. Waarom zijn de reacties op Spekkie Big zo verschillend; waarom staan vooren tegenstanders elkaar met de pen naar het leven? Niet vanwege al te grote hoeveelheiden non-functionele seks - daarvan is namelijk geen sprake - en evenmin kunnen de Spekkie Big-verhalen beticht worden van verheerlijking van excessief geweld of iets dergelijks. In feite is Spekkie Big een hele onschuldige strip. Er komen zelfs geen zaken in voor die als maatschappelijk gevoelig omschreven zouden kunnen worden. Waarom dan - nogmaals - al die ophef?
Het is, zoals zo vaak, puur een kwestie van smaak; van gevoel voor humor met name. Er bestaan nu eenmaal sterk uiteenlopende ideeën over wat leuk is. Sommigen houden van melig (Spekkie Big is erg melig) en sommigen niet. Van der Holst heeft behalve een speciaal gevoel voor humor ook nog eens een bewust kinderlijk aandoende tekenstijl. Hij beheerst die stijl heel goed, maar zijn prioriteiten lijken bepaald niet te liggen bij het zo duidelijk en aangenaam mogelijk in beeld brengen van de avonturen van de big. De verhaaltjes zijn minstens zo kinderlijk als de tekeningen en ontrollen zich hoofdzakelijk aan de hand van de vele regels ogenschijnlijk slordig aangebrachte tekst. Tekeningen en tekst lijken bij elk verhaal ternauwernood in een groot aantal uitzonderlijk kleine vakjes gepropt. In het midden gelaten of Spekkie Big nu een goede of slechte strip is; het is door die friemelstijl in elk geval een uiterst vermoeiende strip. Het doet na een aantal bladzijden daadwerkelijk pijn aan de ogen. Wanneer dan, aan het eind van een moeizaam ontcijferd verhaal, blijkt dat er nauwelijks sprake is van een clou of plot, ben je geneigd de dichtstbijzijnde vuilnisbak te zoeken. Wat echter blijft is de vage gedachte dat achter Spekkie Big misschien, héél misschien, een diepzinnigheid schuil gaat die je volkomen boven je pet gaat; dat je wel eens een nihilistisch meesterwerk weg zou kunnen gooien. Mocht dat inderdaad ooit het geval blijken dan dient de onderstaande waardering zonder meer opgeschroefd te worden tot minstens vijf uitroeptekens.