Deze tekenfilm is een oorlogsproductie en dat is te merken ook! Soms stopt de tekenfilm om plaats te maken voor een opeenvolging van illustraties of een stukje speelfilm. En van een sluitend verhaal is geen sprake; de film begint met twee korte op zichzelf staande verhaaltjes en gaat dan over in een aaneenschakeling van muzikale fragmenten. Deze verschillende stukken worden op een wat kunstmatige manier door Donaid Duck aan elkaar gebreid. Desalniettemin is De drie caballeros een bijzondere film.
Dit onder andere omdat het kleurrijke Zuid-Amerikaanse gevogelte Joe Carioca en Panchito een hoofdrol in deze film speelt. Carioca, de van het leven genietende papegaai, laat zijn favoriete stad Baia in Brazilië zien. De drukke Panchito dient als Mexicaanse gids. Langs hun vertelsels trekken - op het ritme van verschillende soorten Zuid-Amerikaanse muziek - impressies van steden van vrolijke mensen voorbij. In een prachtige combinatie van teken- en speelfilm zien we daarin de drie Amerikaanse vogels met jonge dames dansen tot er een eigenwijze, bijna hypnotiserende sambaversie van Fantasia ontstaat met af en toe een subtiele verwijzing naar de oorlog. Dit levert prachtige fragmenten op, bij voorbeeld van Donaid Duck die allerlei jonge vrouwen op het strand probeert te imponeren. Bij vlagen komen er zelfs oogstrelende experimentele stukjes film langs die een hele aparte plaats binnen de Disney-tekenfilms innemen.
De drie caballeros is duidelijk gemaakt om de oorlogssores even te ontstijgen middels een vrolijke muzikale maar nietszeggende rondreis door Zuid-Amerika. Een spannend verhaal levert dat niet op, maar daar staat heel wat aardig kijkwerk tegenover. Bovendien biedt de film een prachtig tijdsdocument van de periode waarin goed en kwaad en geluk en verdriet nog duidelijk van elkaar te onderscheiden leken.