Het is wel even wennen. De plaatjes zijn zo druk en er is duidelijk op geploeterd en gepriegeld op de tekeningen; de lijnen zijn dun en aarzelend, alsof de tekenaar niet zeker was van zijn zaak. Bovendien blijken de afzonderlijke verhalen met elkaar verbonden. In ieder avontuur is wel een verwijzing naar een ander avontuur. Ze volgen elkaar logisch op. Er zit een chronologie in.
En dan die familiebanden. De Ducks waren altijd alleen maar neef, nicht, oom, tante of oma, maar nooit broer, zus, vader of moeder. En nu blijkt Dagobert in Schotland zeer nabije familieleden te hebben. Bij voorbeeld een zus Hortensia met plotselinge woedeaanvallen die haar nog niet geboren zoon later van haar zal overnemen. Het Duck-wereldje wordt nauwkeurig uitgewerkt waardoor alle vertrouwde vaagheden verdwijnen.
Deze Duck-avonturen zijn dan ook niet zoals de rest uit deze serie gemaakt door Carl Barks, maar door de evenveel geprezen als verguisde Don Rosa. Verguisd om zijn tekeningen, geprezen om zijn verhalen. Rosa kan inderdaad niet zo fraai tekenen als Barks en daardoor hebben de avonturen een totaal andere uitstraling. Maar uit zijn verhalen blijkt hoezeer Barks een lichtend voorbeeld voor hem is geweest. Ieder avontuur van zijn hand is ontstaan als een soort voetnoot bij een Barks-avontuur en bij deze voetnoten is het duidelijk dat hij ook de vertelwijze van zijn voorbeeld volledig onder de knie heeft. Hij weet spanning op te bouwen als geen ander, kolderieke situaties neer te zetten en het optimale uit de kleurrijke karakters te halen. En dat maakt dat hij bij vlagen vreselijk dicht bij het niveau van de beste oude lange Duck-avonturen komt. En dat de tekeningen er dan minder strak uitzien dan in de Barksverhalen is dan eigenlijk helemaal niet zo erg meer. Het geeft het werk van deze meester een herkenbare stempel. Meer niet.