De blanke sultane is een intrigerend verhaal met meerdere lagen. Centraal staan de belevenissen van Emma Piggott, een Engelse kruideniersdochter uit Londen. Emma's leven wordt bepaald door haar reactie op een advertentie in 1948 in The Times, waarin een Britse diplomaat te Shanghai een Frans sprekende gouvernante voor zijn twee kinderen vraagt. Emma aarzelde geen moment, vertrok naar de Oriënt en leidde daar een avontuurlijk leven in society-kringen. Of postte ze de brief naar Shanghai niet, werd directrice van de plaatselijke meisjesschool en stierf vereenzaamd in haar huis in Londen?
Annie Goetzinger laat het antwoord aan de lezer. Emma verhaalt een bezoeker over haar leven in Azië in de nadagen van het British Empire. Met weemoed denkt ze terug aan haar diplomaat, Ashley Culmington en diens twee kinderen. Het was bepaald geen zorgeloos leven, maar Emma heeft in elk geval opwindend geleefd en is ontsnapt aan het saaie Londen van na de Duitse Blitz-aanvallen. Of toch niet? Soms heeft Emma een nachtmerrie, daarin 'Ben ik nooit buiten Whitechapel geweest, omdat ik mijn ouders niet in de steek wilde laten... heb ik nooit een man als Ashley gekend... heb ik een volstrekt leeg leven geleid... ben ik misschien wel dood.'
In het parallelverhaal concluderen de Britse arts en zijn Pakistaanse assistent, die in een Londense buitenwijk de vereenzaamde vrouw afleggen, dat de nachtmerrie meer dan een boze droom was. De vrouw leefde op voedsel van direct na de oorlog, blikjes marmite en dergelijke. Dat ze ooit een sociaal leven leidde valt alleen af te leiden uit correspondent ie met oud-leerlingen van de kostschool waarvan ze directrice was. Als doodsoorzaak vermoedt de arts een hartstilstand, maar mogelijk heeft ze ook lang in coma gelegen. Misschien is het verhaal dat Emma haar bezoeker vertelt dus wel een wensdroom, die ze alleen beleeft tijdens haar coma.
In het album wisselen de mogelijke levenslopen van Emma elkaar af. Pierre Christin karakteriseert het saaie leven in mistig grijs, het alternatief, de belevenissen van wereldreizigster Emma, in felle kleuren en pasteltinten. Goetzinger geeft een rake typering van de koloniale verhouding tussen diplomaten en inlanders. De Britten leven op een tijdbom, maar spelen polo en tennis. Wat de inlanders beweegt ontgaat hen, het heeft ook geen belang, evenmin als het leren van de taal van het gekolonaliseerde land. Emma vormt de uitzondering op de regel. Zij spioneert voor de Britten maar voelt zich thuis in Azië. Na de onafhankelijkheid gaat de mensenstroom in omgekeerde richting, Aziaten met een Brits paspoort gaan naar Engeland. Eén van hen is Abdul, de assistent van de dokter die Emma's dood onderzoekt. Hij verbaast zich over de aanwezigheid van 'souvenirs' uit Azië. Als Abdul de brief uit 1948 vindt zegt de dokter: 'Dat betekent dat ze haar brief nooit verzonden heeft. In die tijd was de postbode nog te vertrouwen en werden er geen kopieën gemaakt.' De dokter wil zo snel mogelijk uit het huis weg, plaatjes van verre landen doen hem niets. Met de politie foetert hij op het Engeland van die andere kruideniersdochter, Maggie Thatcher. Abdul mag de doos met 'souvenirs' hebben.
Goetzinger schetst daarmee niet alleen de kilte van het lege leven van Emma Piggot, maar ook het gebrek aan interesse dat de doorsnee Brit toont voor de achtergrond van de nieuwe landgenoten. Het Empire bestaat niet meer, het paki-beating nog wel, maar het heeft andere vormen aangenomen.