De reeks detective-strips van de Brusselse uitgeverij Lefrancq is in relatief korte tijd aangevuld met vier delen Agatha Christie. Na Sherlock Holmes, Maigret en Jules Verne (de uitgever is kennelijk in de war van zijn reis om de wereld) is nu ook de grand old lady van het salonmysterie aan de verstrippingsmode ten prooi gevallen. Moet ik daar blij om zijn?
De scenario's van François Rivière volgen het oorspronkelijke werk op de voet. Daar is niets op aan te merken. De tekeningen van Jean-François Miniac en Frank Leclercq zijn al even precies. Alsof het castingbureau van Ustinovs Poirot-verfilmingen voor de gelegenheid zijn fotobestand heeft uitgeleend. Leclercq heeft zelf het kleurenpalet ter hand genomen. Zijn albums zijn daardoor mooier verbeeld dan de twee andere afleveringen uit de reeks. Maar spannend is het allemaal niet. De tekeningen vertellen het verhaal, niet meer en niet minder; de stijve dialogen helpen daar een handje bij. En voor je het weet, is het voorbij. De uitgever heeft weliswaar nog meer afleveringen op stapel staan, maar ik heb voorlopig genoeg gehad.
Wat is het nut van verstrippen als de stripversie het niveau van getrouw beeldverhaal niet ontstijgt? Gokt de uitgever op een publiek van semi-analfabeten, die Christies boeken te dik vinden? Dit soort werk stelt me teleur, ook al is het netjes verzorgd. Klassieken verdienen beter.