In 1978 verscheen bij uitgeverij Panda Het stormachtige leven van Kapitein Rob, een studie van de hand van Lex Ritman. Nu, bijna twintig jaar later, heeft Ritman een herziene versie het licht laten zien onder de titel Kapitein Robs stormachtige leven, waarbij Panda opnieuw de uitgever is. Herzien is eigenlijk een understatement van jewelste, want de auteur heeft zo 'n beetje alles wat hij de afgelopen twee decennia aan nieuwe Kapitein Rob-informatie heeft verzameld, in het boek verwerkt. Dat levert als eindresultaat een fraai uitgegeven boekwerk op, dat de oorspronkelijke studie op alle fronten overtreft.
Kapitein Robs stormachtige leven houdt het midden tussen een bibliografie over de strip en een biografie over Pieter Kuhn. Het bibliografische deel is het sterke punt van het boek. Veel informatie stamt nog uit de eerste studie van Ritman, maar waar mogelijk is dat door hem aangevuld. Alle Kapitein Rob-publicaties worden vermeld, alle reizen van Rob worden per verhaal in kaart gebracht, niet eerder in boekvorm verschenen Kapitein Rob-stroken zijn opgenomen en er is een groot overzicht van secundaire literatuur. Verder geeft Ritman nog allerlei andere wetenswaardigheden over de strip die vooral voor de echte liefhebber interessant zijn (bij voorbeeld over de Kapitein Rob-revival die de laatste jaren gaande is).
Het zwakke punt van het boek is het biografische gedeelte over Pieter Kuhn. Ritman heeft de interviews die hij voor zijn eerste studie heeft gemaakt klakkeloos overgenomen, aangevuld met wat extra informatie over één van de grootste stripauteurs van Nederland. Het beeld dat van Kuhn naar voren komt, is echter weinig anders dan dat van de studie uit 1978. Het is een hardwerkende, gedisciplineerde man, een perfectionist die meestal iedere dag tot laat in de avond doorwerkte. Of, als hij met zijn gezin in de vakantie-zomermaanden op een tjalk in Loosdrecht bivakkeerde, aan boord gewoon doortekende. Verre bootreizen maken was Kuhns passie, en hij ontleende vele ideeën voor zijn strip aan de plaatsen die hij tijdens zijn tochten bezocht. Voor de rest lijkt Kuhn een wat kleurloos figuur met een grenzeloze fantasie die, zoals zijn vrouw in het boek zegt, alles wat Rob deed zelf had willen beleven. Kuhn heeft zichzelf ook als model voor Kapitein Rob genomen. Hij plaatste zelfs een spiegel op zijn tekentafel om hem te helpen bepaalde gezichtsuitdrukkingen zo natuurgetrouw mogelijk in de strip weer te geven.
Het beeld dat Ritman van Kuhn schetst is gebaseerd op feitelijke informatie van twintig jaar geleden. Nieuwe, interessante gegevens over de man ontbreken echter, laat staan een deugdelijke analyse. De informatie, die Ritman geeft, roept juist veel vragen op, zoals wat nu precies de drijfveer van Kuhn was om dag-in-dag-uit Kapitein Rob te tekenen, over welke verhalen hij tevreden dan wel ontevreden was, of hij contacten met collega-tekenaars had en hun strips las en waar zijn politieke overtuiging lag (Kuhn gebruikte regelmatig de internationale politieke ontwikkelingen als inspiratiebron voor zijn Rob-verhalen). Hopelijk vindt iemand eens de tijd om naar dit soort en andere aspecten onderzoek te doen. Het boek van Ritman kan hierbij dan als waardevol naslagwerk een belangrijke rol vervullen.