Amber is een kostbaar product uit de darm van de potvis. Het behoorde tot de klassieke wondermiddelen. Volgens scenarist Ronny Matton leed Filips de Schone aan epilepsie en gebruikte hij witte amber om zijn aanvallen te onderdrukken. Daarmee is de toon gezet van de vierdelige reeks Kroniek der Guldensporenslag.
De historische strip is een lastig genre. De auteurs dienen een evenwicht te vinden tussen waarheidsgetrouwe weergave en dichterlijke vrijheid. Een zeer delicaat evenwicht, want al snel verzandt men in een droge opsomming van feiten of slaat men door in een al te vrije interpretatie. Dit laatste is ook Matton overkomen. Het historisch relaas van strijd bij Kortrijk op 11 juli 1302, die in de eeuw de naam Guldensporenslag zou krijgen, wordt door hem wel erg dik aangezet. De vermeende epilepsie van Filips IV wordt aangegrepen voor een queeste naar de lans van Longinius, de lans met het bloed van Christus waarvan een genezende werking zou uitgaan. Alsof dat nog niet genoeg vindt wordt een demonisch complot bedacht en worden Schotse spionnes opgevoerd.
Met de geschiedenis wordt het dus niet zo nauw genomen, maar levert het een aardig verhaal op? Niet echt. De verhaallijn is warrig en nauwelijks te volgen. Zijlijnen lopen kriskras door elkaar heen, vooruitblikken en terugblikken wisselen elkaar in onnavolgbaar tempo af en de personages lopen rond alsof ze ook niet weten wat van hen verwacht wordt. Ter verdediging zou je aan kunnen voeren dat het allemaal wel spectaculair in beeld is gebracht. Tekenaar Christian Verhaeghe schuwt het grote gebaar niet. Niet zeldzaam zijn de paginagrote gevechtsscènes waarbij gruwel niet geschuwd wordt. Deze serie zal de horrorliefhebbers meer aanspreken dan de lezers van historische strips.