Recensies

Uitgave

Wie een poging waagt de plot van Hamiet na te vertellen, raakt verstrikt in een spookverhaal vol incest, zwaardgekletter en moord. Het is de taal, de vorm waarin de op zich onwaarschijnlijke gebeurtenissen zijn gegoten, die Hamiet tot een klassieker maakt. In grote lijnen zou je hetzelfde kunnen zeggen van een ander meesterwerk uit de wereldliteratuur, Les misérables van Victor Hugo. Met een musicalversie van dat boek nog maar net achter de rug en Disney-tekenfilm van De klokkenluider van de Notre Dame op til lijkt zijn werk na anderhalve eeuw onverminderd populair te zijn. Les misérables is vele keren verfilmd. De rol van de galeiboef Jean Valjean, die tot inkeer komt, uitgroeit tot een succesvol en humaan ondernemer maar ten slotte door zijn verleden wordt ingehaald, is gespeeld door formidabele acteurs als Jean Gabin en Lino Ventura. De filmversies van het vele honderden pagina's dikke boek waaierden al gauw uit tot epossen van meerdere uren. De rolprent van Raymond Bernard uit 1934 duurt zelfs een kleine vijf uur. Nog maar een jaar geleden werd de zoveelste remake vervaardigd, door Claude Lelouch, de maker van beruchte draken als Un homme et une femme (1966), Vingt ans déja (1986), Edith et Mareel (1983) en Les uns et les autres (1981), ditmaal met Jean-Paul Belmondo als Valjean. De regisseur schreef ook een voorwoord voor de stripversie van Hugo's boek, die in Nederlandse vertaling bij uitgeverij Talent verscheen. 'Het stripverhaal is voor Les misérables wat de film is voor de literatuur.' Klinkt boeiend, zegt niets. Klaarblijkelijk waren de makers van de strip, tekenaar Eddy Paape en tekstschrijver Michel Deligne, niettemin zeer verguld met het vijfregelige kattebelletje van de beroemde cineast dat voorin het album als voorwoord staat afgedrukt. Voor ex-uitgever Michel Deligne ging volgens de flaptekst met deze stripversie van Victor Hugo's boek een 'jongensdroom' in vervulling.
Een onzalig plan, blijkt al op de eerste bladzijden, want je kunt evengoed proberen de Nachtwacht op een lucifersdoosje na te schilderen of de Brandenburgse concerten te spelen op een mondharp. Deze versie van Les misérables is een smartlap van jewelste. Hugo beschreef gebeurtenissen en toestanden die in zijn tijd nog tot de dagelijkse werkelijkheid van zijn lezers behoorden, maar daarvan resten in deze godsjammerlijke stripversie alleen schilderachtig leed en vals sentiment. De holle retoriek van de woorden en het machteloze pathos van de beelden duwen het verhaal met name in de cruciale scènes, zoals de bekering van Valjean en het moment waarop hij gedwongen is zich aan zijn judas, de boosaardige inspecteur Javert te verraden, tot over de fatale grens tussen ernst en onbedoelde humor. Personages grijpen in wanhoop naar het hoofd of vallen ten prooi aan dankbaarheid of berouw snikkend op hun knieën in de modder, bij voorkeur in de striemende regen: het is Schmieretoneel van een halve eeuw geleden dat onherroepelijk op de lachspieren werkt, net als de potsierlijk-stijve vertaling, die is gelardeerd met letterlijke vertalingen en andere blunders. Als Valjean op zoek is naar 'een hoek om te slapen', wordt hem het huis van monseigneur Myriel gewezen: 'Ga daar maar eens kloppen.' Enkele bladzijden daarvoor heeft diezelfde bisschop zijn huishoudster gevraagd hem een stoel aan te geven, 'want mijn hoogheid is niet voldoende om bij de bovenste plank te kunnen.' Vermoedelijk bedoelt de eerwaarde dat hij niet lang genoeg is. Valjean maakt van de geboden gastvrijheid misbruik door 's nachts zijn kamer te verlaten om het tafelzilver te stelen: 'Als het hoorngeschal van het Laatste Oordeel, zo deed het plotse knarsen hem schrikken en beven.' Met die hoorns zijn natuurlijk bazuinen bedoeld, maar het citaat geeft enig idee van de toon van de slordige vertaling, waarin de bisschop Jean Valjean tutoyeert, maar halverwege een zin plotseling op 'u' overschakelt en waarin in de beschrijvende teksten tegenwoordige en verleden tijd elkaar lukraak afwisselen.
Juist bij de bewerking van een literair meesterwerk lijkt het voor de hand te liggen dat zorg aan de tekst en het taalgebruik wordt besteed, maar in deze stripversie van Les misérables is het tegendeel waar. Alles is mis aan dit boek, tot en met de naargeestige inkleuring met een voorkeur voor bruin, groen en paars, de machinale lettering en de vlekkerige druk. Wellicht vertoont de kwaliteit in het volgende deel een spectaculaire verbetering, maar neem het mij niet kwalijk als ik die beker aan mij laat voorbijgaan.

Les misérables 1
Jean Valjean

Michel Deligne; Eddy Paape
Talent 1995
softcover
ISBN: 90-5289-078-1
56 pagina's
kleur
Stripschrift 293

Op deze site worden cookies gebruikt, wilt u hiermee akkoord gaan?
Privacy en voorwaarden Accepteer Weiger