De mensen die als kind opgroeiden in de Tweede Wereldoorlog, te jong voor de Arbeitseinsatz, maar te oud om de bezetting niet aan den lijve te ondervinden, kijken vaak met gemengde gevoelens op de oorlogsjaren terug. Enerzijds weten ze dat het een moeilijke, soms angstige tijd was; anderzijds herinneren ze zich nog levendig de sensatie van avontuur. De oorlog was, de donkere bladzijden daargelaten, voor hen een spannend jongensboek. Na mei 1945 had Nederland zijn vrijheid weliswaar terug, maar bestond de praktijk voor de meeste mensen uit hard werken en zuinig zijn. Voor de kinderen die de oorlog hadden meegemaakt kregen de grijze wederopbouwjaren pas kleur in de bioscoop of in een spannend jongensboek.
Vanaf 11 december 1945 verschenen De avonturen van het zeilschip De Vrijheid, geïllustreerde verhalen rond een jonge kapitein (en zijn onafscheidelijke hond) waarmee grote groepen van met name jongens zich maar al te graag identificeerden.
'De Vrijheid' van kapitein Rob was de vrijheid zoals een jongen in de jaren vijftig zich die graag voorstelde. Hij las de avonturen in de krant die hij voor dag en dauw rondbracht of kocht ze als beeldverhaaltjes voor een paar centen in de kiosk. De eenvoudige, realistische plaatjes openden werelden voor de jonge lezers en wanneer diezelfde lezers nu, een halve eeuw later, bij toeval een beeldverhaal van Kapitein Rob in handen krijgen, worden ze zonder uitzondering bevangen door een nostalgische vertedering. De verhalen van Pieter J. Kuhn ademen nog altijd onmiskenbaar de geur van de tijd waarin ze ontstonden en door zovelen werden stukgelezen. Ze zijn alleen daarom al de moeite waard. Maar buiten dat zijn het ook stuk voor stuk met veel vaart en fantasie vertelde avonturen van een onbekommerde vanzelfsprekendheid die nu nog aanstekelijk is. Ach, was je maar jong geweest in de jaren vijftig... Maar dit zijn de negentiger jaren en onbekommerdheid is een schaars goed geworden. De nieuwe albums zijn daarom niet alleen zeer degelijk en fraai uitgegeven, maar ook peperduur (net geen honderd gulden per deel): leuk voor de liefhebber met geld, maar niet meer te betalen voor de jongen met de krantenwijk.