Wanneer een talentvolle tekenaar en scenarist besluiten hun krachten te bundelen, levert dat niet noodzakelijkerwijs een meesterwerk op. Dat bewezen Jean-Michel Charlier en Albert Uderzo toen ze in 1955 samen de strip Robber schreven. Robber werd door Uderzo verzonnen voor het blad O.K., maar ging pas echt van start in een jeugdbijlage van de Belgische krant La Ubre Belgique (1955), in samenwerking met Charlier. De eerste drie verhalen van het duo - De ruige ridder, De gevangen prinses en De verwenste baron - zijn nu in harde kaft verschenen en tellen samen 144 pagina's. Het lezen ervan, drieëndertig jaar later, is een enigszins teleurstellende ervaring. De twee heren (toen respectievelijk 31 en 28 jaar oud zijn nog niet op kracht. Het tekenwerk maakt duidelijk dat Uderzo nog op zoek is naar een trefzekere stijl. De figuren evolueren van realistisch naar karikaturaal en weer terug, of leven in beide stijlen naast elkaar. Het is alsof Asterix en Tanguy samen een album delen. En eigenlijk is al het tekenwerk in deze bundel wisselvallig; indrukwekkende bosscènes worden ontkracht door knullige anatomische fouten. Ook aan de documentatie werd niet zwaar getild: in een middeleeuws stadje wordt doodleuk met negentiende-eeuws meubilair gesmeten. Pas aan het einde van het derde verhaal kiest Uderzo voor de karikaturale stijl. Tanguy maakt dan plaats voor Hoempa Pa, en de paarden en bijfiguren krijgen het uiterlijk dat we kennen uit de latere Asterix-verhalen. Ook Charlier heeft duidelijk zijn draai nog niet gevonden. Hij probeert een humoristisch avonturenverhaal te schrijven (iets dat Goscinny later veel beter zou doen). Daarbij verslikt hij zich vooral in de grappen, die flauw en obligaat aandoen. De slapstick in Robber komt volledig voor rekening van baas Bijl, een Al Capp-achtig personage, dat de lezer snel de neus uitkomt. Het eerste avontuur - De ruige ridder - is niet meer dan een waslijn voor baas Bijls grappen en grollen. Het tweede verhaal is het leukste van het album, maar stijgt nauwelijks uit boven een gemiddeld Ridder Roodhart-verhaal. Veel kinderen zal Robber vandaag de dag niet meer boeien, daarvoor is de strip te flauw en achterhaald. Robber is vooral interessant voor de fans, die geïnteresseerd zijn in de vingeroefeningen van twee genieën in de dop.