'Als hij maar geen voetballer wordt, ze schoppen hem misschien halfdood. Maar liever dat nog, dan het bord voor z'n kop van de zakenman, want daar wordt hij alleen maar slechter van.'
Deze regels uit een protestlied van Boudewijn de Groot uit de jaren zestig lijken het centrale motief te vormen in Wolven van Etienne Schréder. Wie het album oppervlakkig leest, ziet in het kort het volgende scenario aan zich voorbij trekken. In 1816 sterft de Markies van Balayrac. De laatste sacramenten zijn hem niet toegediend, omdat de priester die met dit doel naar het landhuis van de Balayracs onderweg was, door onduidelijke omstandigheden te laat arriveert. Was dit de hand van Satan? Of hadden de wolven, die op het moment dat de markies zijn laatste adem uitblies om het landhuis zwierven, zijn ziel gehaald?
Deze legende is voor de twintigste-eeuwse nazaten van de Markies de aanleiding om na afloop van een gekostumeerd bal niet altijd even fraaie herinneringen op te halen.
En met die, door Schréder in onheilspellende donkere tinten gevisualiseerde herinneringen is iets aan de hand. Ze vertonen een opvallende overeenkomst in de strekking en die is dat geld stinkt en dat puissante rijkdom de mens corrumpeert, tot het kwade doet neigen en leidt tot egoïsme en machtsmisbruik. Kortom, de boodschap van Schréder is dat de mens zich verre van het grote geld en de macht dient te houden, om later, als men bij Petrus aan de hemelpoort staat, niet bij de eerste de beste vraag met de mond vol tanden te staan.
In de eerste vertelling heeft de megalomane grootindustrieel Tonel voortdurend het bloed van 'vrijwilligers' nodig om zijn mismaakte nageslacht niet te laten uitsterven. Het loopt uiteraard slecht met hem af. Zijn arbeiders komen - onder het motto 'Sta op verworpenen der aarde, de revolutie is begonnen' - in opstand. In het tweede verhaal beweegt een welgestelde bankier hemel en aarde om dat ene ontbrekende stuk voor zijn uitgebreide collectie te bemachtigen. De laatste vertelling draait om een gemeentesecretaris die niet helemaal zuiver op de graat is.
Het is jammer dat Wolven met een dikke laag moralisme is gelardeerd. Er is tenslotte niets mooier dan inslechte helden waarmee het - net als in het echte leven - goed afloopt. Daarbij komt nog dat de drie op zichzelf staande verhalen door een niet bijster originele kunstgreep, het gekostumeerde bal, tot één geheel zijn gesmeed. Daarmee wordt gecamoufleerd dat de kracht van Schréder niet in het schrijven van lange scenario's ligt. Voeg hier het weliswaar sfeervolle, maar overwegend vlakke tekenwerk aan toe en het zal duidelijk zijn dat Wolven het slechts in beperkte kring goed zal doen. Namelijk bij die personen die hun gedachtengoed ontlenen aan een streng anti-kapitalistische levensinstelling. En daar zijn er anno nu niet veel meer van.