Jeugdsentiment, wie kent het niet? Overal in de stripwereld kom je het tegen. Tja, waar is de tijd dat Sidonia nog Sidonie heette, dat Schanulleke nog Schalulleke was? Dat het 'vloams' hoogtij vierde in allerlei krantenstrips? Volop wordt er hier commercieel op ingespeeld. Naast de facsimile Kuifjes worden ook de klassieken van Willy Vandersteen in hun oorspronkelijke vorm heruitgebracht. Nooit eerder gepubliceerde schetsen en verhalen worden met veel poespas gebundeld. Terug naar die goeie (?) oude tijd. Met Pipo springt uitgeverij en stripwinkel Wonderland eventjes mee op de kar.
Zo vinden we in deze strip jeugdwerk van François Walthéry terug. Jeugdwerk, inderdaad, want Walthéry was toen slechts 16 jaar. En dat zie je duidelijk, het betreft hier typisch werk voor die tijd. Hoofdpersoon is het jongetje Pipo, dat allerlei dingen meemaakt of uitvreet. Leuk? Wel, dat zou het moeten zijn volgens de uitgever. De praktijk is toch wel anders. Elk mopje ben je al wel eens ergens tegengekomen, vooral bij Franquin (Ton en Tinneke) en Marc Sleen (De Kapoentjes) is er flink wat gejat. Ook het tekenwerk is niet direct iets om trots op te zijn. Jeugdwerk dus. Goed, men kan al iets van de levendigheid terug vinden die later bij Walthéry hoogtij zullen vieren. Maar dit werk kent toch nog veel te veel tekortkomingen. Ben je Walthéry-fan, dan zal je dit boekje waarschijnlijk leuk vinden, gewoon, als hebbeding. Voor de rest zou ik er niet teveel waarde aan hechten ook al heeft deze uitgave een beperkte oplage van 500 exemplaren.
Tchantchès een straatjongen is een ander verhaal. Enkele jaren terug werd er al een eerste deel uitgebracht van deze reeks. Nu dus, via uitgeverij Wonderland, een tweede deel. En eigenlijk spreekt Wonderland zichzelf toch wel wat tegen met het uitbrengen van dit boekje. Was Pipo uitgebracht uit bewondering voor Walthéry, tja, wat moeten we dan hiervan denken. Walthéry was namelijk sterk gekant tegen een vervolg op het originele Tchantchès en heeft dan ook zijn medewerking ontzegd aan dit boek. Michel Dusart en de Franse uitgeverij hebben echter, gezien het succes van het eerste deel, hun willetje doorgedrukt en vonden Didier Casten bereid om de tekenpen ter hand te nemen. De naam Walthéry wordt enkel vernoemd omdat hij eigenlijk het figuurtje zijn vorm heeft gegeven. Is het dan wel terecht om dit album uit te brengen voor Walthéry-fans? Zou de auteur het niet liever anders gezien hebben?
Het boek zelf speelt zich evenals het eerste deel af in Luik, alwaar het straatjongetje Tchantchès samen met zijn vriendjes allerlei guitige avonturen pleegt te beleven. Is dit boek dan leuk? Niet echt. Casten kan de soepele lijnen en de levendigheid van het tekenwerk van Walthéry niet benaderen. Alle oog voor detail ontgaat hem. Achtergronden worden drastisch gewijzigd van plaatje tot plaatje (hele kerken verdwijnen opeens!). En als daarbij ook scenarist Dusart nooit het niveau van een gemiddelde Cauvin weet te ontstijgen... Nee, dan hoeft voor mij deze strip echt niet. Misschien leuk voor inwoners van Luik, maar zelfs dat durf ik te betwijfelen. Walthéry had gelijk, één album was genoeg. Ook Tchantchès een straatjongen is uitgebracht in een oplage van slechts 500 exemplaren (ruim voldoende).
Hierbij wil ik toch nog wel vermelden dat het initiatief van winkels en/of fans om werk uit te brengen van bepaalde auteurs, werk dat anders nooit gepubliceerd of vertaald zou worden in de Nederlandse taal, een initiatief is dat we eigenlijk alleen maar kunnen toejuichen.