Toen België nog niet bestond, was Nederland al eeuwenlang een rijke republiek. Die hadden we bevochten op de Spanjolen en later beschermd tegen de Fransen, de Engelsen en de Pruissen. Ooit moest dat mis gaan. In de eerste helft van de jaren 1790 rukten de Franse legers op naar het noorden. Het spande erom. De tegenstanders van de Nederlandse stadhouder gooiden het op een akkoordje met Napoleon Bonaparte. Die hielp hen in 1795 een revolutie te maken. (Leve de herdenking van de Bataafse Omwenteling!) Maar dik tien jaar later was de kous af. Napoleon wilde Nederland en hij wilde Nederland nu! In 1806 werd de Bataafse Republiek een zelfstandig koninkrijk onder zachtaardige leiding van Lodewijk Napoleon, de broer van. Te begrijpend was de goede man, want in 1810 besloot Napoleon Nederland in te lijven bij het Franse keizerrijk. Voor het eerst in de geschiedenis werden we één provincie.
Maar nu loop ik vooruit op de delen 10 tot en met 150 van Zoon van de arend. Heel begrijpelijk trouwens bij zo'n slepend traag verhaal. In deel 9 tekenen we januari 1806 en het verhaal begint voor één van de stadspoorten van Amsterdam. Luitenant Morvan d'Andigny wordt tegengehouden door Franse soldaten. Hij heeft goud bij zich, maar dat weten zij niet. Wel schrikken ze als hij de naam van brigadier Patroontasje laat vallen. Die woont in Amsterdam, samen met een Pools fotomodel, en heeft kennelijk een vermeldenswaardige reputatie opgebouwd. Hoezo? Daar komt de heldhaftige luitenant niet achter. Of ja, het heeft iets met smokkel en het 'Continentaal stelsel' te maken - lijkt het. Morvan en Patroontasje vallen elkaar in de armen (het fotomodel doet ook mee) en korte tijd later is iedereen duidelijk, dat beide vrienden naar Engeland moeten. Morvan althans en Patroontasje wil mee (vanwege dat fotomodel). Dat gaat zomaar niet (zoek op: 'Continentaal stelsel'). Ze moeten ervoor naar Haarlem en ondertussen wordt één van hun achtervolgers doodgemarteld. Niet hun schuld, ze weten er niets van en zoeken alleen maar een schip dat het Kanaal durft over te steken. Dat lukt. De overgebleven 'repo-men' hadden nog net aan de einder de achtersteven kunnen zien. Of waren ze nu geïnfiltreerd?
Maar nu heb ik verdorie het hele verhaal al verklapt. Afijn, In de Nederlanden is een zorgvuldig gedoseerde thriller, die via scherpe karakterstudies uitloopt op een boeiend hoogtepunt. Uit het leven gegrepen, het leven van 1806. Wat me op de vraag brengt: Wanneer is een stripverhaal dat in het verleden speelt een historische strip? Hermann weet het antwoord, Spiegelman zeker. Ergens in hun verhalen wordt duidelijk, dat ze niet zomaar een scenario in de tijdmachine hebben gestopt en teruggeflitst. Ineens voel je mee. Of dat nu techniek of het bespelen van de lezersemotie is, doet er niet meer toe. Niet voor de lezer tenminste. Michel Faures In de Nederlanden roept die herkenning van het onbekende, die empathie voor wat je zelf nooit hebt meegemaakt, helemaal niet op. Integendeel. Het is dat de sarcofaag van Lodewijk Napoleon in Saint Leu la Foret zo volkomen verpieterd is. Anders had het nog een knal kunnen geven, dat omdraaien!
Deel 9 van Zoon van de arend heeft geen indruk gemaakt. In het tempo van één album per dag (om 20.00 uur precies) had het verhaal me misschien kunnen boeien. Maar dan had ik vast gezeurd over al die huizen en bruggen in Amsterdam en Haarlem, die zoveel op elkaar lijken. Of gebulderd van het lachen om die grap over 'koffie-shops'. Nu durf ik alleen maar te zeggen dat de inkleurder prachtig werk heeft afgeleverd. Daarvoor een puntje erbij.