Dit album verhaalt over de jeugdjaren van Jean-Baptiste Poquelin, ofwel Molière, de beroemde Franse komedie-schrijver uit de zeventiende eeuw. Het verhaal begint als Ariane de Troï1 bevalt van de bastaardzoon van koning Lodewijk XIII. Direct na de geboorte wordt het jongetje weggehaald bij de moeder en als verschoppeling ondergebracht bij een priester. Haast tegelijkertijd krijgt elders moeder Poquelin ook een kind. Door onachtzaamheid van de verzorgster overlijdt dit kind. De verzorgster weet via haar minnaar, nota bene de eerder genoemde priester, het babylijkje te verwisselen met de springlevende bastaardzoon van de roemruchte Ariane de Troïl. Hiermee lijkt een spannend boek van start te gaan, maar de realiteit is anders. Na het intrigerende begin verzandt het album in een saaie opsomming van feiten uit de Franse geschiedenis, met de jonge Jean-Baptiste Poquelin als randverschijnsel.
Schrijver Patrick Cothias heeft al een flink oeuvre op zijn naam staan. Roodmasker, De 7 levens van de Sperwer en De wind der goden zijn vooraanstaande series. Deze nieuwe loot aan zijn stam lijkt echter weinig levensvatbaar. Ondanks een aardig begin, is de rest van het verhaal vervelend en slaapverwekkend. Het tekenwerk van de minder bekende Brice Goepfert vergoedt nauwelijks iets. Zijn tekeningen zijn bij vlagen goed, maar over het algemeen overheerst toch de indruk van een onzorgvuldig, gehaast karwei. Het album heeft de pretentie een serieuze historische strip te zijn, maar de zo nu en dan zelfs karikaturale en verwrongen personages doen aan dit imago veel afbreuk.
Wellicht heeft het succes van de andere reeksen scenarist Cothias aangezet tot het maken van een nieuwe serie. Met in zijn achterhoofd het idee dat dit album dan ook wel goed zal verkopen. Misschien gebeurt dit wel, maar het eindresultaat vind ik echter uiterst bedroevend.