Willy Vandersteen maakte de Biggles-verhalen oorspronkelijk (tussen 1965 en 1969) voor de kranten van de Standaard-groep. Nu verschijnen ze voor het eerst in albumvorm en in kleur. De verhalen zijn geïnspireerd op de ooit ongekend populaire boeken die de Engelse piloot W.E. Johns schreef over majoor Bigglesworth van de internationale luchtpolitie. Bigglesworth, Biggles voor zijn vrienden Algy, Bertie en Ginger (dit is geen driekoppig achtergrondkoortje, maar een goedgeöliede gevechtseenheid) beleeft zijn avonturen over de hele wereld. In die zin past hij volledig in de Engelse traditie van ontdekkingsreizigers, avonturiers en imperialisten: 'Brittannia rules the air'. Het probleem met Biggles is dat zijn herwedergeboorte in 1995 toch echt te laat komt. De enige aantrekkingskracht die een held als hij nu nog heeft, dankt hij aan nostalgie; aan die onbestemde heimwee die volwassen mensen na hun midlife-crisis doet terugverlangen naar de onschuld van Ot en Sien, Joop ter Heul en de begindagen van het Eurovisie-songfestival. Er is zelfs een fanclub van Biggles waarin de onschuldige heldenverering bijna sekteachtige vormen schijnt aan te nemen. Het kan waarschijnlijk allemaal niet zo'n kwaad en dit album van Vandersteen zal er denk ik weinig aan bijdragen of afdoen. Daarvoor is het allemaal gewoon niet pakkend genoeg. Daarbij is het voor een strip die zozeer een beroep op nostalgische gevoelens doet natuurlijk ook helemaal niet gepast om opeens alles in te gaan kleuren. De ware aanhanger doe je daar geen plezier mee - vraag maar aan de fans van Laurel & Hardy - en voor de huidige manga-generatie is Biggles, ben ik bang, toch echt niet meer te pruimen.