Met de oprichting van de onafhankelijke uitgeverij Image in 1992 leek de comic in de Verenigde Staten nieuwe impulsen te krijgen. Onder het mom van creatieve vrijheid vertrokken grote tekenaars bij monstermaatschappijen als Marvel en DC. Image bood ze de mogelijkheid om nieuwe wegen in te slaan, onder meer op het gebied van inkleuring. Middels een geavanceerd computerkleursysteem kregen de Image-strips een modern en spectaculair imago, dat prima kon opboksen tegen de slechte kleuren op het gerecyclede krantepapier van de doorsnee-comics. Zo ook de relatief nieuwe reeks Gen-13, die in Amerika inmiddels op een enorme populariteit kan rekenen. In spetterende kleuren kijken vijf zelfverzekerde pubers de lezer vanaf de kaft indringend aan. De prachtige omslag kan de matige inhoud echter niet verhullen.
Gen-13 is de eerste Image-reeks die bij het Nederlandse Juniorpress verschijnt. Het brein achter de serie is Jim Lee, één van de grondleggers van Image en scenarist van het bekende WildCATs. Samen met Brandon Choi schreef hij een ietwat vergezocht scenario over vijf jonge mensen die onderworpen worden aan een zwaar militair onderzoek in Geath Valley. Hoofdrolspeelster Kaitlin Fairchild wordt samen met haar leeftijdsgenoten Roxy, Grunge, Sarah en Bobby getest op de aanwezigheid van het Gen-13. Ze zijn allen kinderen van mensen die over het Gen-12 beschikten. Door de jongeren te drogeren met medicijnen probeert de overheid hen gen-actief te maken. Het experiment wekt bij de adolescenten superkrachten op. Kaitlin en haar vrienden hebben echter niet vrijwillig voor deelname aan dit Genesis-project gekozen en proberen de dans te ontspringen.
De schrijvers hebben dit eerste deel voornamelijk aangegrepen om de personages te presenteren en om hun gen-verhaal enigszins geloofwaardig te maken. Om het vergezochte scenario nog wat cachet te geven, zwammen de bad guys (Oei! de overheid!) er lekker technisch op los. Een discussie tussen Nana en Jack, die verantwoordelijk zijn voor operatie Genesis:
Jack: 'Hoe werkt jullie selectieprocedure?'
Nana: 'We houdeh een nationaal gen-factoronderzoek aan de hand van de parameters van fase I. Deze keer is echter de aandacht gericht op het Gen-12. Als de testpopulatie is vastgesteld, starten we het selectieproces met onze activator.'
Jack: 'Wat? Daar hebben we het al over gehad, Nana! Gen-factor-activatie was al gevaarlijk genoeg, maar als je Gen-12 gebruikt. is het zelfmoord!'
Fijn om de lezer van een voor de rest flinterdun superheldenverhaaltje op te zadelen met dergelijk pseudo-interessant taalgebruik. De vertaling speelt daar overigens ook een rol bij, vol kromme zinnen en anglicismen. Storend zijn enkele letterlijke omzettingen: 'You'd better be right' vertaal je dus niet als 'Je kunt beter gelijk hebben'.
De kritiek op Gen-13 is echter niet terug te voeren op de vertaling. De stripmakers hebben teveel pretenties gehad bij het opzetten van deze nieuwe reeks. Lee en Choi kozen voor teveel personages (wat de strip onoverzichtelijk maakt) en vonden het wel hip om hun strip vol te stouwen met verworvenheden van de technologische revolutie (veel computers en genetisch onderzoek). Onder het motto 'Kijk eens wat ik kan' voegen de hoofdfiguren er nog een flinke dosis superheldencultus aan toe. En hoe maak je er dan een complete mega-seller van? Door de gedrogeerde Kaitlin precies op de middenpagina's haar superkracht te laten ontdekken: haar welgevormde lichaam zwelt op en de nachtjapon die ze draagt scheurt aan stukken. Voor het gemak heeft tekenaar Jeffrey Scott Campbell de dubbele pagina een kwartslag gekanteld en wordt de lezer getrakteerd op een onvervalste pin-up. Zonder twijfel een effectieve verkoopstimulans.
Gezien het tekenwerk van Campbell is het overzeese succes van Gen-13 best te begrijpen. De jonge Amerikaan doet verwoede pogingen een brug te slaan tussen het (kas)succesvolle gepriegel van Todd McFarlane en de karikaturale overdrijvingen uit de manga-sector. Net als inkter Alex Garner werd Campbell ontdekt tijdens een talentenjacht van Jim Lee's Homage Studio's en binnen de kortste keren was het duo bezig met Gen-13. Het is knap dat de twee talenten al onmiddellijk in staat zijn om een professioneel eindprodukt af te leveren. Niettemin dienen ze in de toekomst hun kwaliteiten beter te doseren, want in combinatie met het ongeloofwaardige verhaal maakt hun overdreven tekenstijl Gen-13 tot een farce. De vrijgevochten Image-artiesten moeten toch in staat zijn om spectaculair vermaak te produceren dat beter beklijft.