De jeugd in Nederland groeit op voor galg en rad. Normen zijn geen normen meer en waarden zijn al helemaal niets meer waard. Waar gaat het heen, vraagt menigeen zich dagelijks af. Niemand weet het en niemand wil het weten. Toch moet er iets gebeuren voordat het te laat is, Flopsy komt dan ook als geroepen. Als kinderen net kunnen lezen moeten ze namelijk moralistisch geïndoctrineerd worden. Hoe sneller kinderen het verschil tussen goed en slecht leren des te beter het is. Flopsy gaat slapen en droomt dan van de betere wereld met een hoog Fabeltjeskrant-gehalte.
Flopsy is dus in de eerste plaats een kinderstrip. Het varkentje Flopsy geeft bij de eerste aanblik een warm gevoel. De teksten van J.F. Di Giorgio zijn simpel gehouden en tot een minimum beperkt. Pas als tekst echt nodig is wordt deze gegeven. De tekeningen en de inkleuring zijn duidelijk aangepast aan het genre kinderstrip. Opvallend zijn de paginagrote tekeningen waarvoor André Taymans af en toe gekozen heeft.
Toch ligt de kracht van deze strip niet zo zeer in de vorm. De scenario's van Herrie in Dufstad en Flopsy zoekt een huis vallen op door leuke wendingen. In de eerste plaats is er veel plaats voor humor toegespitst op kinderlijk niveau en ten tweede zijn de verhalen van Flopsy heerlijk moralistisch. In het eerste verhaal krijgt een herrieschopper lik op stuk en keert de verdiende rust terug in Dufstad. In het tweede verhaal wordt de competitieve houding van het dierdom gebruikt om daklozen aan een huis te helpen. Ondertussen blijven er maar van die grote ronde vlokken sneeuw vallen (een soort kerst-achtig verhaal). Nee, Flopsy zal zijn einde niet vinden in het abattoir, zoals vele soortgenoten. Flopsy slaapt vrolijk verder en droomt in de volgende delen gewoon weer een ongecompliceerd blij avontuur.