Recensies

Uitgave

'Ik ben de enige stripcriticus in Nederland,' liet Martijn Daalder weten in Stripschrift 272. Deze uitspraak geeft goed aan hoe Daalder de stripwereld benadert: provocatief, arrogant, maar ook met kennis van zaken. Daalder is een veelbelezen kenner met een heel eigen mening over het beeldverhaal. Het is daarom opvallend dat 's Neerlands 'enige stripcriticus' zich in zijn vierde Stripjaar laat bijstaan door verschillende collega-journalisten. Op de koop toe heeft hij de eindredactionele verantwoordelijkheid van het jaarboek in de handen van Sherpa-uitgever Mat Schifferstein gelegd. Het runnen van een filmblad (Take One) heeft Daalder nu eenmaal de nodige tijd gekost. Daalder zelf lijkt zich in deze nieuwe opzet uitstekend te kunnen vinden. 'In zekere zin ben ik trotser op dit boek dan op de drie vorige. Het kindje is te vondeling gelegd en het heeft deze akelige ervaring overleefd. Het Stripjaar blijkt niet afhankelijk van één enkele schrijver, van één criticus, stelt hij in de inleiding. Niettemin is het merendeel van de bijdragen aan dit periodieke naslagwerk geschreven door hemzelf. Materiaal dat stuk voor stuk verscheen in Oor en dat de lezers van dit toonaangevende muziektijdschrift dan ook bekend in de oren zal klinken. Hoofdredacteur Paul Evers van Oor zag een nieuwe bundeling van het werk van zijn stripjournalist wel weer zitten en sponsorde de uitgave van Sherpa.
Het spreekt voor zich dat Daalders eigen ideeën goed centraal staat in Stripjaar '93/'94. Zijn bijdragen zetten de toon voor het gehele boek. Gedurende zevenentwintig recensies, een essay en een interview (met Hanco Kolk) wordt de lezer deelgenoot van de stripvisie van Daalder. In de recensies velt hij keer op keer een weloverwogen en vaak compromisloos oordeel. De opinies lijken haast achteloos opgeschreven, maar tonen toch ook een gepassioneerde lezer. Via een vlotte pen en overtuigend argumenteerwerk slaagt Daalder erin om een persoonlijke maar tevens kritische leeservaring op papier te zetten. Zijn kritieken hebben een duidelijk essayistische inslag. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het openingsessay van Daalder een herschreven boekrecensie uit Oor is. In vier pagina's bespreekt de stripcriticus de strip-over-strips Understanding comics van Scott McCloud. Daalder prijst de veelomvattendheid van McClouds boek, maar is ook niet te beroerd om bepaalde stellingnames van de Amerikaan aan te vallen. Deze wisselwerking tussen boek en criticus levert een interessante uiteenzetting op, die echter blijft zweven tussen de terreinen van de recensie en van het essay. Daalder is in ieder geval van zins om in een volgende editie van het Stripjaar een echt essay te schrijven dat inhaakt op de door McCloud aangestipte verhouding tussen non-fictie en strip. Afwachten dus.
Het meest openbarende artikel uit het jaarboek is misschien wel het interview dat Mr Stripjaar had met Hanco Kolk. Het is een persoonlijk gesprek waarin Kolk meer over zichzelf loslaat dan hij waarschijnlijk had gewild. Hij praat over decadentie, over het hebben van controle over je leven en de situatie in de wereld, hij geeft eerlijk toe een seksist te zijn en hij spreekt openhartig over de verschillende kanten van zijn karakter. Af en toe lijkt de openhartigheid van het vraaggesprek schijn, maar de eindconclusie is toch dat het hier gaat om een fraai stukje journalistiek.
De drie resterende interviews in Stripjaar zijn van de hand van anderen. Erik Spaans sprak Marcel Ruijters en zet Nederlands laatste underground-auteur neer als een wereldwijze, ietwat cynische jongeling. Uitputtend is het artikel van Mat Schifferstein over Barry Windsor-Smith. Het is niet alleen een interview, maar tevens een overzicht van de strips die de Brit gedurende zijn loopbaan heeft gemaakt. Uit Schiffersteins beschrijvingen en analyses van het oude en nieuwe werk van Windsor-Smith spreekt een grote liefde voor diens oeuvre, maar het had ook iets minder uitgebreid gemogen. Over dezelfde auteur is aansluitend ook een essay van Alan Zelenetz opgenomen, waarin Red nails wordt besproken, het enige Conan-verhaal dat nooit in het Nederlands werd vertaald. Ongeacht het feit dat het hier om een chaotisch geschreven artikel gaat, doet de vraag zich voor of twee stukken over Windsor-Smith niet iets te veel van het goede is.
Het meest bizarre verhaal in het Stripjaar is het interview dat Pieter van Oudheusden hield met Marc Smeets, klare-lijn-tekenaar zonder oeuvre. Hij werkte vroeger voor Tante Leny Presenteert, maar is heden ten dage totaal uit het blikveld verdwenen. Van Oudheusden was onder de indruk van Smeets' schetsboeken en sprak met hem over het stripvak. Het resultaat is een inspirerend gesprek met Hergé als rode draad, dat echter op geen enkel moment duidelijk kan maken waarom het in 's hemelsnaam in het jaarboek staat.
Om het Stripjaar ook werkelijk een terugblik te laten zijn op de afgelopen twaalf maanden, zijn er natuurlijk geijkte rubrieken zoals een nieuws-terugblik en een blik in de toekomst op naderende projecten van nationale en vooral internationale auteurs. Daarnaast wordt de stripmarkt in eigen land en in de belangrijkste buitenlanden geanalyseerd. De meeste van die beschouwingen verdrinken in de cijfers. Leuk zijn daarom de meer leesbare verhalen over de Belgische en de Nederlandse stripmarkt. Geert de Weyer legde de belangrijkste stripuitgevers van België de vraag voor hoe het gesteld is met het beeldverhaal en kreeg duidelijk antwoord. Martijn Snoodijk schreef een leuk kritisch stuk over het succes van Amerikaanse comics op de Nederlandse markt. Zijn toon is polemisch en ironisch - in de trant van Daalder. Opvallend is dat de overige marktanalyses deze toon ontberen en daardoor stilistisch niet aansluiten op de overige artikelen. Het geeft dit vierde Stripjaar helaas een wat onevenwichtig karakter. Er zijn twee mogelijkheden om zo'n gebrek de volgende keer te ondervangen: door een strenger redactioneel beleid of door Daalder andermaal het hele boek vol te laten schrijven. Idee nummer twee zou het best in overeenstemming zijn met de bovengenoemde lijfspreuk van Mr Stripjaar.

Martijn Daalders Stripjaar '93/'94

Martijn Daalder e.a.
Sherpa 1994
softcover
ISBN: 90-72995-93-7
224 pagina's
zwart/wit
Stripschrift 275

Op deze site worden cookies gebruikt, wilt u hiermee akkoord gaan?
Privacy en voorwaarden Accepteer Weiger