De reeks Robbedoes en Kwabbernoot loopt al vanaf 1949 in het stripblad Robbedoes. Diverse tekenaars en scenaristen hebben zich in de loop der jaren met deze strip beziggehouden, maar de populariteit heeft er niet onder geleden.
Zo'n tien jaar geleden kregen de Belgen Tome (Philippe Vandevelde) en Janry (Jean-Richard Geurts) de opdracht de serie over te nemen. Enerzijds probeerden ze de reeks naar hun hand te zetten, anderzijds wilden ze de personages hun karakter laten behouden, dit uit bewondering voor hun grote voorganger André Franquin. Nadat ze enige jaren met de 'rijpere' Robbedoes 'gestoeid' hadden, ontstond het idee de jeugdjaren van het picolootje in beeld te brengen. Zo ontstond de kleine Robbe, een ongeveer zevenjarig kereltje, dat weet, of voordoet te weten, waar Abraham de mosterd haalt.
In zijn Franquin-achtige wereld weet hij zich omgeven door zijn boezemvrienden Vermiljoen en Oliebol, en niet te vergeten Suzanne met wie de kleine Robbe zich ooit hoopt te verloven!
Natuurlijk spelen ook volwassenen een belangrijke rol in zijn opvoeding: lievelingspastoor Angelusse, de immer pijprokende grootvader en schooljuffrouw Cijfer. In dit nieuwe Kleine Robbe-deel is het met name gymnastiekleraar Diederik Peuk, die het de jeugd flink lastig weet te maken. Helaas voor hem zijn de kleine Robbe en Co nu ook niet bepaald de meest voorbeeldige studentjes.
Dit nieuwste album van de jonge Robbedoes zal door de lezers, jong en oud, in één ruk uitgelezen worden. De heldere tekenstijl en de levendige scenario's zorgen ervoor dat de lezer zich geen moment hoeft te vervelen. Wat mij betreft kan de jeugd van deze kleine macho niet lang genoeg duren.