Er bestaat een ziekte. Het is een mensenziekte, maar hij kan overslaan op machines. En als de machines worden aangestoken gaan ze kapot. Liften vallen na besmetting met passagiers en al plotseling naar beneden en installaties ontploffen. Kapitalen gaan zo verloren en dat maakt dat de multinationals en andere belanghebbenden de zieke mensen zo snel mogelijk willen opsporen en vernietigen. Een complete ontwrichting van de economie dreigt.
'Flauwekul!' zult u wellicht uitroepen.
Wel, niet in het universum van Samba Bugatti. Voor hem is het allemaal bittere ernst. Hij rookt een sigaret, zet zijn stoere gezicht op, en neemt een onhandig ogende afstandsbediening in zijn hand. Daarmee blijkt hij een niet van een echt mens te onderscheiden robot te bedienen, die in een poep en een scheet kan worden veranderd in een vreselijk, uit scherpe messen bestaand, moordwapen.
'Wat een omslachtige manier om iemand te vermoorden,' zult u misschien denken.
Wel, niet voor Samba Bugatti. Het komt geen moment bij hem op dat je iemand ook gewoon een kogel door zijn hoofd kunt jagen. Zijn wereld zit überhaupt raar in elkaar. De huizen en auto's beschikken over dezelfde vormen als in de jaren zestig van onze eeuw, terwijl de robotten en andere high-tech-machinerie op iets uit de zeer verre toekomst lijken. Het slaat allemaal als een lul op een drumstel.
Scenarist Jean Dufaux had originele invallen, maar heeft die belachelijk weten te maken door ze als anachronismen naast elkaar te zetten. Het verhaal dat zich in zijn maffe maatschappijbeeld afspeelt maakt gelukkig het één en ander goed; het is boeiend en nauwkeurig opgebouwd. Ook de tekeningen van Griffo (pseudoniem van Werner Goelen) geven het album enige waarde. Met name zijn personen wekken door hun zorgvuldig samengestelde uiterlijk de indruk over een uitgesproken karakter te beschikken. Bovendien zien zijn camerastandpunten en beeldregie er verzorgd uit. Aldus is maar weer eens gebleken dat je ook op basis van onsamenhangende onzin nog een redelijk album in elkaar kunt zetten.