De naam Stalner lijkt men vooral te kunnen associëren met historische tijdvakken die bol stonden van sociale onlusten en roerige politieke verschuivingen. De gebroeders A. en M. Stalner braken in 1989 door met De vlooien, een (in Nederland nog steeds niet voltooid) drieluik, waarbij de 'Bloedige Zondag' van St. Petersburg, en het opkomend fascisme en nationaal-socialisme de historische decors vormden. Het werd een werk vol tragiek, geweld en menselijke drama's.
En nu is de aandacht van de tekenaars gericht op 'La Belle Epoque, zoals het Frankrijk van begin deze eeuw enigszins misleidend genoemd wordt. La Belle Epoque herbergde een samenleving, die verdeeld was door ongelijkheid tussen de sociale klassen, en gekenmerkt werd door sociale conflicten, structurele armoede en een chronisch woningtekort. Helaas slagen de Stalners er maar gedeeltelijk in deze sfeer in hun Fabien M. neer te zetten. Waar bij De vlooien de balans in het verhaal werd aangetast door de te karikaturale uitvergrotingen van het geweldelement, daar lijkt de geloofwaardigheid van Fabien M. de dupe te worden van het understatement. De leefomstandigheden van de arbeidersklasse in Parijse wijken als Vangirard of Gobelins waren duidelijk minder rooskleurig dan in Het zwarte paard duidelijk wordt gemaakt. Mooie plaatjes en een messentrekkende 'apache' leveren nog geen sluitend historisch decor op.
Het verhaal van de gauwdieven Fabièn en diens broertje Lowietje, die tijdens hun nachtelijke strooptochten over de daken van Parijs klauterend, hun schalkse streken leveren, suddert zo'n 25 pagina's voort en komt pas in een hogere versnelling wanneer Fabien, klaarblijkelijk gedreven door wraakgevoelens rond de vroegtijdige dood van zijn vader, met behulp van de schone deerne Lucy, een verdachte weet te traceren. Dit schurkachtig sujet torst een tatoeage met zich mee in de vorm van een schaakstuk, een zwart paard. Een mysterie dient zich aan ter ontrafeling.
In Het bedrog van de loper verschijnt een ander illuster personage ten tonele, de Professor, een geraffineerd strateeg die met het bovengenoemd trio een partnership-in-crime aangaat. Wanneer een oude vriend van de 'prof' wordt vermoord, met een laatste ademstoot nog een schuldige kan noemen (de 'loper') en bij nader onderzoek een zwarte pion op zijn torso draagt, wordt een bang vermoeden bevestigd. Een vermoeden dat de gebroeders Stalner in de volgende delen alle mogelijke schaakstukken de revue laten passeren en dat titels als De toren van Schemerwoude en De koningin drinkt tot de jammerlijke mogelijkheden behoren.
Toch hebben de Stalners hier twee albums afgeleverd die, zeker wat het tekenwerk betreft, ver boven de grijze middelmaat uitsteken. Vooral de Parijse straatbeelden zijn door het sfeervolle kleurgebruik en de wisselende perspectieven mooie platen geworden. Echter, het scenario is minder indrukwekkend en levert niet veel meer op dan een middelmatige schelmenroman met een aardig plot.