Het samenwerkingsverband van scenarist Christian Godard en tekenaar Julio Ribera is er één die verwoede pogingen blijft ondernemen de immer verslijtende tand des tijds voor te blijven. Net voordat alweer het zestiende deel (zucht) van het epos Axel Moonshine zou verschijnen, werd de aandacht van stripminnend Nederland gevraagd voor Het grote schandaal.
Hoofdpersoon in dit niemendalletje is striptekenaar AI Jackson, een slungelachtige Jan Salie die het tekentalent dat hij van Moeder Natuur heeft meegekregen met succes gebruikt om zijn troosteloze leven wat meer cachet te geven. Het is hem namelijk reeds op zeer jeugdige leeftijd duidelijk dat creatieve mensen immer op belangstelling en adoratie van de minder getalenteerden kunnen rekenen. Als puber tekent hij zijn balboekje vol, als medewerker van het schoolkrantje manipuleert hij, al schetsend en leraren persiflerend, zijn diploma vol. Al Jackson wordt ondanks zijn weinig imponerende fysiek langzaam maar zeker serieus genomen door zijn omstanders.
Nadat hij een baan heeft aangenomen bij een magnaat van het type 'Hugh Heffner, maakt Al gemakkelijk en snel carrière met dikbetaalde opdrachten, maar speelt zonder dat te willen met zijn spraakmakende strips een centrale rol in een politiek schandaal dat bekend zal komen te staan als 'Candygate'. Terwijl Al langzaam maar zeker wegzakt in een web van intriges, verliest hij onderweg een deel van zijn integriteit, zijn huwelijk en zijn eigenwaarde. De prijs voor het succes, zo lijkt de boodschap te luiden.
En dat is het gegeven waarmee het verhaal begint. Het grote schandaal is geen album dat gekenmerkt wordt door tekenwerk van een spectaculair gehalte of door een opzienbarend origineel scenario, maar het vindt vooral zijn schaarse kwaliteit in de wijze waarop het verhaal aan de man wordt gebracht.
Het is de hoofdpersoon zelf die de balans van zijn leven tot dat moment opmaakt en analyseert. De flashbacks en de cynische ondertoon van de commentaren onder het mom van 'als-ik-toen-had-geweten-wat-ik-nu-weet, maken het verhaal er één die toch uitnodigt tot verder lezen. De lezer volgt Al op de voet bij diens pogingen de puinhoop, die zijn leven beheerst, te overzien.
Jammerlijk genoeg blijft dit album ondanks zijn soms pakkende en, mede door de ik-vorm waarin verteld wordt, beklemmende 'film-noir'-sfeer, een verlangen oproepen naar de verfrissende scenario's van Godard uit zijn Maarten Milaan-periode. Wat dat betreft lijkt het avontuurlijk bestaan van stripauteur Al in Het grote schandaal een stuk wishful thinking van een in sleur vastgeroest duo. (Eigenlijk zou ik één van de onderstaande sterren moeten aftrekken omdat de auteurs het niet konden laten Axel Moonshine toch nog even op bladzijde 27 in het decor te laten opdraven.)