Humor rond de massaslachting die de geschiedenis is ingegaan als de Eerste Wereldoorlog heeft onvermijdelijk een enigszins macaber karakter, maar kan zonder meer erg grappig zijn. Dit blijkt bij voorbeeld uit de vierde Blackadder tv-serie van Rowan Atkinson en, in iets mindere mate, uit het stripalbum Op de Loopgraven van Louis-Michel Carpentier (tekeningen) en Claude Armant (tekst en gevoel voor humor).
Carpentier heeft nu, solo, een nieuw album gemaakt in een serie die inmiddels als naam Wat n' klotedag heeft gekregen. Schijters en scheten moet het dus stellen zonder de teksten van Armant en dat is voor de lezer geen lolletje; wat n' kloteboek. Dat het verassingselement er inmiddels af is, soit. Dat het humorelement ook in rook is opgegaan is kwalijker, al kan ik me nog voorstellen dat Carpentier zichzelf nogal lollig vindt. Wat dit album ècht pijnlijk maakt is dat er blijkbaar een uitgeverij is die geweigerd heeft om Carpentier tegen zichzelf, en de lezer tegen Carpentiers schijters en scheten in bescherming te nemen. Misschien vanwege een paar lullige centen, misschien vanwege contractuele verplichtingen, wie zal het zeggen. Het is echter wel triest dat de lezer, als hij even niet oplet, wordt getild.
Het is natuurlijk mogelijk dat iedereen behalve ikzelf onbedaarlijk moet lachen om dit boek. Mocht dit het geval zijn, dan mag men deze recensie als larie beschouwen en de waardering - toch nog één ster omdat het tekenwerk wel aardig is - opkrikken naar believen.