Inspecteur Ryan is een gefrustreerde blanke. Hij idealiseert de blanke cultuur en haat de zwarte. Ondertussen verlustigt hij zich wel aan zwarte schonen. Hij kan zich echter alleen maar op een onderdrukkende autoritaire manier tegenover hen opstellen. Een afwijzende houding bekopen de vrouwen met een gruwelijk lot. Ryans getraumatiseerde jeugd is er zeker debet aan dat hij een verknipte geest heeft, maar het mag geen excuus zijn voor zijn daden. Daarbij blijkt ook nog eens dat de vork anders in de steel zit dan de halve waarheden die Ryan zichzelf voorhoudt.
Qua setting en onderwerp is dit lugubere verhaal erg origineel bedacht door Pat Mills en Alan Mitchell. Maar het griezelen komt minder uit de verf. De gruwelijkheden die in dit album worden begaan komen voort uit politieke wantoestanden en racisme. En over deze thema's gaat het boek dan ook eigenlijk. Daarmee schiet het zijn doel als klassiek horrorverhaal voorbij en introduceert het een andere invalshoek, met politieke horror als thema.
Liefhebbers van het bekende griezelverhaal kunnen hun hart ophalen aan Ryan die door John Hicklenton als een monster wordt afgebeeld: duivelse ogen, een bek vol snijtanden, verwrongen koppen, met veel speeksel uit de mondhoeken druipend. Ook worden we nog getrakteerd op een paar bloederige taferelen die smerig zijn getekend. Meer is er niet voor horrorliefhebbers om hun hart aan op te halen. En daarmee pretendeert het boek iets te zijn wat het in feite niet is. In wezen is het een maatschappijkritisch verhaal dat uitermate geschikt is om gelezen te worden door de onderdrukkers van zwarte Afrikanen. Hen wordt een spiegel voorgehouden, maar ik vraag me af of zij dit boek ooit onder ogen zullen krijgen.
N.B. Dit verhaal verschijnt voor het eerst in boekvorm en werd eerder voorgepubliceerd in het Engelse blad Crisis.