François Boucq heeft een oeuvre dat vele hoogtepunten kent en het mag gerust gerekend worden tot de top van de Europese strip. Naast de albums die hij zelf heeft geschreven, zoals In de binnenlanden van het alledaagse en Pedagogie van het trottoir, gaat hij voor het langere, 'serieuze' werk samenwerkingsverbanden aan met scenaristen. Zo schreef de Amerikaanse schrijver Jeröme Charyn De vrouw van de tovenaar en Duivelsmond. Verantwoordelijk voor zijn laatste album is Jodorowsky, bekend van zijn vele scenario's voor Moebius.
Het album opent met een paar beladen spreuken: 'Wee hem die zijn rijk sticht in bloed en zijn stad bouwt op onrecht, want hij zal verzwolgen worden door het geweld...' en 'Niet met kracht, niet met macht, maar met de geest...' Hierbij rijst de vraag of dit citaten uit de bijbel zijn of dat het levenswijsheden van de auteur zelf betreft. De spreuken leiden de teneur van het verhaal in.
Het eiland Damanuestra heeft zich afgesloten van de buitenwereld en wordt met ijzeren hand geregeerd door de Kondukator. Van tijd tot tijd wordt het eiland overspoeld door reusachtige vloedgolven. Wanneer een dansende figuur wordt waargenomen tussen de golven breekt de pleuris uit. Hij wordt beschouwd als een bedreiging voor de status quo. Hij zou de ontevreden, onderdrukte bevolking wel eens tegen de huidige machthebber kunnen opzetten. Aldus begint een klopjacht op Maankop, de golventemmer.
Al snel wordt duidelijk dat de auteurs met dit album een eigentijds protestschrift hebben willen maken. Onderwerpen die de revue passeren zijn milieuvervuiling, fascisme, de kerk, subculturen en bordelen. Daarnaast is er duidelijk een religieuze ondertoon te bespeuren. Er zijn tal van symbolen en verwijzingen waarvan Maankop het meest treffende voorbeeld is. Als ware hij de zoon van God zelf (niemand weet waar hij vandaan komt) danst hij op het water, overleeft allerlei aanslagen en heeft hij bovennatuurlijke krachten.
De onzichtbare kathedraal is een fabel met hele scherpe kantjes. Er zitten duidelijke shockeffecten in. Bijvoorbeeld als een walvis samen met haar ongeboren jong op een ziekmakende manier wordt afgeslacht door vissers die vervolgens de hand aan zichzelf slaan om lichaamsdelen te offeren aan hun voorouders. Ook de special effects zijn van Hollywoodachtige allure. Maar nooit voel je enige sympathie voor de hoofdrolspelers. Ze krijgen nergens diepte en worden volledig opgeofferd aan het verhaal. Jodorowsky misbruikt om zijn parabel over de samenleving te kunnen vertellen. Volgens zijn visie is er maar één uitweg uit de poel van verderf en dat is weer te gaan geloven in de Heilige Geest. Hallelujah!
Boucq weet als geen ander weer prachtige beelden te toveren. Hij laat zien dat je geen miljoenen dollars nodig hebt om visueel indrukwekkende verhalen te vertellen. Tegelijk bevestigt hij daarmee de kracht van het medium.
En Jodorowsky? Hij moet eens ophouden ons lastig te vallen met zijn reli-tic.