Een aantal volks- en studentenliedjes waren voor de normaal gesproken respectabele tekenaars Daniel Kox, Malik, Louis-Michel Carpentier en Laurent de inspiratiebron voor een album dat is gevuld met een tiental losse strips die overlopen van de onderbroekenlol. Voor mensen die in de anale fase zijn blijven hangen en voor ongerijpten die hardop lachen als de genitaliën genoemd worden zijn de van bijpassende plaatjes voorziene schuine songteksten ongetwijfeld erg grappig. Zij die zich op de borst slaan omdat zij van subtiele, gefundeerde of intelligente humor houden zullen minder moeite hebben om hun lachspieren te bedwingen bij het lezen van het stripboek.
De tekenaars zijn er wel bijzonder goed in geslaagd de pies-, poep- en pielhumor van zangstukken als' Drie nonnen en een monnik, 'Als ik een stijve krijg' en 'Met een kop als die van jou' in een gelijksoortige geest te illustreren. De uit de mond hangende tongetjes, de hitsige gezichtsuitdrukkingen en overdreven ronde vrouwenborsten versterken de vunzige sfeer van de teksten. Als bovengenoemde auteurs andere teksten als uitgangspunt hadden genomen was het misschien nog best een aardig album geworden.