De middeleeuwen liggen goed in de markt, de laatste decennia doen ze het wonderbaarlijk goed. Afgezien van een interesse in kunst, literatuur of religie in deze periode van de geschiedenis, is het mij een raadsel waarom. Het dagelijkse leven in die tijd was ronduit een verschrikking: niet alleen heerste er in de steden en dorpen een allesdoordringende, smerige stank, maar bovendien waren de omstandigheden dermate erbarmelijk dat de hedendaagse (westerse) mens binnen de kortste keren het loodje gelegd zou hebben. Deze minder fraaie (en vanuit een geromantiseerd ideaalbeeld veelal vergeten) zijde van het verleden weten Amblevert en Corbeyran treffend weer te geven in hun (tot nu toe) tweedelige serie De klauwen van het moeras.
De klauwen van het moeras speelt zich af in het vijftiende-eeuwse Frankrijk, dat in een grote chaos verkeert vanwege de Honderdjarige oorlog, die juist beëindigd is. De hoofdpersoon in de serie is Houtkop die in het eerste deel Ratoog (uitgegeven in 1990 bij Farao) in het moeras verzeild is geraakt en samen met zijn kornuit Krapot in het gezelschap verkeert van een groep melaatsen, uitgestotenen van de maatschappij, welke onder leiding staat van de gemaskerde Hanekam (deze blijkt een schone dame en wordt, de lezer raadt het al, de geliefde van Houtkop; overigens is de tegenstelling tussen de lelijke mannen en mooie vrouwen opvallend; ook hier blijkt de vrouw voornamelijk als lustobject te fungeren). In dit tweede deel, Annaelle, ontmoeten we een bisschop die de strijd heeft aangebonden met melaatsheid, de gevreesde ziekte die het land teistert; hiervoor moet hij experimenten met leprozen verrichten. Zijn knecht Didiot, een geëxcommuniceerd priester gebruikt hen echter voor zijn eigen doeleinden: het vestigen van het paradijs op aarde. De kwaal waarvan de bisschop de wereld trachtte te verlossen komt niet aan haar einde, hijzelf echter wel. Doorheen dit web van kerk en ziekte kruipen ook Annaelle (qua schoonheid te vergelijken met het meisje uit De naam van de roos met wie Adson in de keuken van het klooster de enige maal in zijn leven de liefde bedrijft), Houtkop, Hanekam en Krapot. Annaelle is de moeite waard, ofschoon ik het berouw van de engelenmaker aan het slot van het album ongeloofwaardig vind, en is zeker beter dan het eerste deel Ratoog. Voor een beter begrip van situatie, tijd en achtergrond van de personages is het desalniettemin aan te bevelen dit eerste deel te lezen alvorens Annaelle ter hand te nemen.