Goed getimed van uitgeverij Daedalus, deze versie van Alice in Wonderland. Na de filmhit-met-een-3D-brilletje kwam er van alles en nog meer aan Alice-gadgets op de markt, en een mooie strip misstaat niet. Iedereen kent het verhaal wel in grote lijnen, en hervertellers worden vanzelf bewerkers. En zo hoort het ook; geen ontzag voor het oorspronkelijke verhaal van Lewis Carroll uit 1865 (jammer dat dat jaartal ontbreekt in de summiere info over Carroll). David Chauvel (scenario) en Xavier Collette (tekeningen) volgen het verhaal getrouw. Hun Alice heeft grote manga-ogen. Haar oudere zus leest: ‘zonder plaatjes, wat saai!’ en dan trekt een konijn haar aandacht. Na de val in een konijnenhol, hier ‘konijnenpijp’ geheten, wat me mooi Vlaams lijkt, ontrolt zich het surrealistisch avontuur, dat gelukkig niet te zoetsappig in beeld komt. De soms grimmige, absurde humor weet Collette goed te vangen in bij voorbeeld de aanspoelscène met de muis (‘opletten, dit is droge stof’) en de theevisite. Woordspelingen vertalen is altijd lastig, maar er zitten een paar geslaagde tussen: hoedenmaker is een ‘deksels’ mooi beroep. Jammer is het dat de alom bekende Maartse Haas hier door het leven moet als ‘haas van Mars’ of ’Marshaas’. Maar de Cheshire-kat, de kat die sneller lacht dan zijn schaduw, is zijn raadselachtige zelf gebleven. Chauvel spot met makkelijke moraalzoekers en laat Alice zichzelf redden door opstandig en zelfbewust optreden tegen de gruwelijke - ‘haar hoofd eraf’ - hartenkoningin. Alice is zo de coming of age-roman zoals Carroll hem ook bedoeld heeft. Een geslaagde stripbewerking in het rijtje dat begint met de fameuze Illustrated classic 1.