Met je mobiele telefoon kun je de wereld aan. Je kunt er mee bellen, je kunt er mee internetten, je kunt er mee naar muziek luisteren, films kijken, geluid en beeld opnemen, de mogelijkheden zijn schier onbeperkt. Ware het niet... dat je altijd midden in je meest ultieme beleving te maken krijgt met die onvermijdelijke melding: battery low. En dan scheidt-ie er gewoon mee uit. Kun je naar huis om ‘m aan de oplader te leggen.
Deze valkuil is keurig gedicht in het eerste deel van de nieuwe Franse stripserie Les sentinelles (wat krakkemikkig vertaald tot De wachters). Vele geschiedkundigen hebben zich de voorbije eeuw gebogen over het raadselachtige feit hoe het toch heeft kunnen gebeuren dat Duitsland de Eerste Wereldoorlog níét heeft gewonnen. Immers, alle voortekenen wezen op een snelle, eenvoudige en klinkende overwinning voor de Hunnen. Alleen zíj hadden hun legers zorgvuldig opgebouwd en voorbereid. Alleen zíj hadden een briljante vooruitgedachte strategie, alleen zíj wisten de moderne technisch hulpmiddelen aan te wenden in een moderne strijdvoering.
En met name dat laatste punt hebben de makers, scenarist Xavier Dorison en tekenaar Enrique Breccia, aangegrepen om het verloop van geschiedenis - die zo onwaarschijnlijk is - een plausibele draai te geven. In hun fantasie beschikt Frankrijk over een geheim wapen. Een menselijk machine die onkwetsbaar is voor het geweld van de oorlog en in zijn eentje menige ogenschijnlijk kansloze schermutseling naar een miraculeuze overwinning voor de geallieerden voert.
In deel 1 maken we kennis met het project ‘Wachters’ van het Franse leger. Het wapen - half mens, half machine - wordt voor het eerst ingezet in de Marokkaanse onafhankelijkheidsoorlog. Ondanks opzienbarende resultaten faalt het op beslissende momenten echter jammerlijk: batterij leeg. De oplossing ligt in de vinding die (historische heel verantwoord) het verlengde is van de ontdekking van Marie Curie: een radiumbatterij. Met deze energiebron krijgt het project een nieuwe kans. De in eerste instantie onwillige, want pacifistische uitvinder wordt uiteindelijk zelf (met een gruwelijke verwijzing naar Dalton Trumbo’s Johnny got his gun) tegen wil en dank omgevormd tot vechtmachine en held van het verhaal, die de oorlog een beslissende wending zal geven. Het knappe is dat dat op een manier gebeurt die de historische werkelijkheid geloofwaardiger maakt. De makers zijn goed gedocumenteerd over de feiten van de oorlog en gebruiken hun verzinsel op die plekken waar loop van de geschiedenis een handje geholpen kan worden. In deel 2 wordt dat heel mooi uitgewerkt. Het aanzien van Europa was heel anders geweest als de geallieerden in september 1914 niet op miraculeuze wijze waren ontsnapt aan een verpletterende nederlaag aan de oevers van de Marne, op slechts luttele kilometers van Parijs. Hoe het heeft kunnen gebeuren dat de Fransen op het moment suprême de tegenwoordigheid van geest hadden om de Duitsers, met behulp van door Parijse taxi’s aangevoerde troepen, aan te vallen in hun ongedekte rechterflank is voor historici nog immer een groot raadsel. Dorison en Breccia hebben het antwoord: Generaals Gallieni en Joffre worden op de hoogte gebracht door een achter de Duitse linies neergestorte piloot-spion, die daar met veel geweld wordt weggeplukt door onze held en op het nippertje op de deurmat van het Franse hoofdkwartier afgeleverd.
De niet in geschiedenis geïnteresseerde lezer zal dit wellicht allemaal een zorg zijn, maar ook dan blijft er genoeg te genieten aan deze boeiende reeks. Ik heb het al vaker gezegd: het decor van de Eerste Wereldoorlog leent zich uitstekend voor spannende gruwelverhalen. Ook Breccia leeft zich lekker uit in rondvliegende ledematen, afgesneden strotten en stuiterende oogballen, alles gehuld in rijkelijk stromend bloed, maar Dorison heeft het heft stevig in handen en brengt het verhaal tot leven. Ongeduldig wacht ik op deel 3: Ieper.