Parijs in de jaren 1950. Het is lente. Christine Alamaro is er klaar voor. Met nieuwsgierige blik en ogen zo groot als die van Amélie Poulain, kijkt de jonge studente de wereld in. Ze valt voor de charmes van de galante Jean, een student van haar vader, hoogleraar archeologie aan de Sorbonne. Michel, de harkerige wetenschappelijk assistent van de hoogleraar, is kansloos. Maar Jean speelt een spel. Hij is uit op de andere schat van de professor: de verdwenen goudschat van de Visigoten. Jean erfde twee delen van een perkament. Samen met het derde deel, dat de professor bezit, vormen ze een schatkaart. Michel zoekt troost bij Simone, ‘de zus’ van Jean. Er volgt een avontuur vol gekluns, vergissingen en verrassingen. Een komedie met tragische kantjes, waarbij zelfs (bijna) doden vallen.
Christine is een meisje met blozende wangen, vrolijke jurkjes en elke dag een andere kleur strik in haar donkere haar. Lucie Durbiano (1969) hanteert een op het oog kinderlijke, strakke tekenstijl. Met een paar strepen en een enkel gekleurd vlak schetst ze mensen en een decor. De stijl doet in de verte denken aan die van de Kuifje-strips. Durbiano gaat het niet om realistische details. De symbolen zijn herkenbaar. Een paar gebogen lijntjes vormen de Eiffeltoren, ’s nachts is de achtergrond donkerblauw met de maan als een witte cirkel. Hergé gebruikte vaak zweetdruppels om spanning te suggereren, bij Durbiano zitten alle emoties in de gezichten.
In Schat! zit voldoende actie maar de gevoelens en psychologische ontwikkeling van de personen zijn belangrijker. In het verhaal ontbreken uitgesproken zwart/wit- en goed/kwaad- tegenstellingen. Jean blijkt niet zo’n ploert als gedacht, de professor leidt aan tunnelvisie en ook Michel en Christine hebben minder aangename trekjes.
Durbiano doorliep de kunstacademie van Straatsburg en illustreerde kinderboeken. In 2001 debuteerde ze als striptekenaar. Schat! is haar vierde stripboek. Op de site van BD Angoulème staat een interview, in het Frans, met de auteur.