In 1980 komt Freek de Jonge, die eerder met Bram Vermeulen ruim tien jaar het succesvolle en vernieuwende cabaretduo 'Neerlands Hoop in Bange Dagen' vormde, met een solovoorstelling, De komiek. Het ‘spel in vier bedrijven’ zoals de ondertitel luidde, slaat in als een bom. In een mengeling van cabaret in toneel speelt De Jonge afwisselend clown, komiek, aanklager en dominee in de huid van twee rollen: De komiek en zijn vader, terwijl Orlow Seunke de rol van Sanne, het doofstomme broertje van de komiek voor zijn rekening neemt.
De Jonge maakt grappen, relativeert, klaagt aan, haalt jeugdherinneringen op, getuigt, verklaart de wereld en confronteert het aanvankelijk verbijsterde maar enthousiaste publiek met een nieuwe vorm van cabaret: een mengeling van toneel, revue, variété en persoonlijke ontboezemingen, alles door een rode verhaaldraad verbonden, een genre dat hij in zijn volgende voorstellingen nog verder zou weten te verfijnen.
Striptekenaar Dick Matena, die zich na een omvangrijke hoeveelheid zelfgeschreven stripverhalen de laatste jaren toelegde op het sfeervol verbeelden van literatuur (De avonden van Gerard Reve, Kort Amerikaans van Jan Wolkers, Kaas van Willem Elsschot) heeft zich met De komiek nu ook aan het verstrippen van theatervoorstellingen gewaagd.
De heldere, scherpe tekenstijl van Matena past goed bij onrustige motoriek van De Jonge, en de naar alle kanten stuiterende teksten blijken de fantasie van de tekenaar flink te hebben aangemoedigd. Matena gaat moeiteloos mee met de cabaretier en verhuist de enscenering als het moet binnen drie platen van een knus toneel via een huiskamer naar een reusachtig soort schaakbord dat doet denken aan Alice in Wonderland. Ook komen schilderijen als De aardappeleters langs en vermoedt de lezer soms (vage) verwijzingen naar andere klassieke beelden, ook op stripgebied. Matena schrikt ook niet terug om zijn eigen associaties naar aanleiding van de teksten en grappen van De Jonge in de platen te verwerken.
De komiek is een document, een eerbetoon en fascinerend plaatjesboek dat uitnodigt tot herlezen. Toch blijft het de vraag of het boek erg toegankelijk is voor degenen die Freek de Jonge niet of nauwelijks kennen. En wie hem wèl goed kent mist de karakteristieke stem.