Volgens het persbericht is het bij uitgeverij Glad IJs verschenen deel van Zuster Maria van Scherpenheuvel het eerste deel in een reeks. ‘Op hoop van zegen’ zou het moeten heten, maar op het omslag en in het binnenwerk is daarvan niets terug te vinden. Nu is het al eerder opgevallen dat deze Fluïde Glacial-imprint van Casterman niet zoveel zorg besteedt aan de uiterlijke verschijningsvorm van haar uitgaven als deze verdienen. De lettering bij voorbeeld, soms is het zo’n gepriegel om de tekst in de ballon te passen dat het haast onleesbaar wordt. Maar goed, is Zuster Maria van Scherpenheuvel om te lachen? Mwâh... soms wel. 'Tegen kinderziektes. Ga niet van bil of neem de pil', zo luidt het advies van de apotheker waar zuster Maria een pak luiers komt kopen. De hoofdrolspeelster is een grofstoffelijke, drankzuchtige, goed gebekte zuster met aparte ideeën over naastenliefde. Niet bepaald een kindervriend. De luiers komen niet aan de billen, maar worden in ‘de klep’ van het brutale oppaskind gepropt. Super absorberend, volgens de zuster. Wanneer ze bij een bushokje zit te vitten op een zwangere vrouw blijkt deze Maria te heten en getrouwd te zijn met een werkloze timmerman, genaamd Jozef. 'Dan vrees ik dat die kleine geen lang leven beschoren is', is het opbeurende commentaar van de zuster. De humor van Jean-Marie Ballester (Maëster) is niet bepaald fijnzinnig. Zuster Maria scheldt, zuipt en mept erop los, met af en toe een enkel hilarisch moment. Zo mag het korte gastoptreden van Kuifje die op het postkantoor een treinkaartje naar Brussel wil kopen er wezen. Anders dan de grove humor is het tekenwerk ragfijn, met zorg en aandacht uitgewerkt. Al met al maakt het een onevenwichtige indruk.