Met stripheld Johnny Goodbye voegt Arcadia een verse loot toe aan haar archiefreeks. In dit avontuur, Het vreemdelingenlegioen, is Martin Lodewijk als scenarist ouderwets op dreef en laat hij zijn helden van de ene in de andere verwikkeling terecht komen. Het lijkt erop alsof hij geen compleet scenario voor ogen had bij de start en het is des te knapper dat hij aan het einde van het album de verhaallijnen zo soepeltjes aan elkaar knoopt.
Privédetective Johnny Goodbye en rechterhand Howdy Duizendpond speuren in opdracht van een rijke dame naar haar ex-minnaar. Via het vreemdelingenlegioen komen ze uiteindelijk in het paleis van sjeik Haroen al idem Deseem (hardop uitspreken) terecht waar 1 plus 1 toch 3 blijkt te zijn.
Lodewijk voert klassieke grappen op zoals zeeziek worden op een kameel (het schip van de woestijn), de bar als ultiem fata morgana en een gok- en dranklustige assistent, maar weet het verhaal boeiend te houden door de vele ontwikkelingen. Dino Attanasio hanteert zijn herkenbare handelsmerk: de slapsticktekenstijl. De zwart/wit-tekeningen zijn vooral fraai als hij het stripduo in een niet standaard omgeving plaatst. Samen in een zandstorm bij voorbeeld, of opgesloten in een schimmige kerker.
Jammer blijft het dat de uitgever niet de moeite neemt om de oorspronkelijke publicatie (Eppo, 1980) van het verhaal op te nemen in het colofon. De oplage bestaat uit 780 exemplaren waarvan 60 luxe edities met drukplaat in passe-partout en 70 buiten de handel.