Het eerste deel van de nieuwe stripreeks O’Boys is een hommage aan de Amerikaanse auteur Mark Twain die in de 19e eeuw verantwoordelijk was voor de creatie van de onsterfelijke helden Tom Sawyer en Huckleberry Finn. De Huck Finn in dit verhaal groeit op in de Mississippi Delta in de jaren 1930. Het is een joch dat door zijn onaangepaste gedrag voortdurend in conflict raakt met zijn conservatieve dorpsgenoten. Zijn karakter, gericht op overleven, is gevormd door de slechte behandeling van zijn drankzuchtige agressieve vader. Als dit schoelje een moord pleegt en moet vluchten voor de autoriteiten wordt Huck opgenomen door een kinderloos echtpaar. Dit wordt een grote mislukking. Huck laat zich niet kneden voor een burgerlijk bestaan. Hij voelt zich vooral aangetrokken tot de zwarte gemeenschap. Zeer tegen de wil van zijn op segregatie gerichte blanke omgeving luistert hij met hart en ziel naar de dieptreurige Mississippi Deltablues. Hij raakt bevriend met een zwarte arbeider, die als bluesvertolker zijn leed bezingt. Tezamen trekken zij op als hobo’s – zwartrijders op de trein – door Amerika.
O’Boys leest als een spannend jongensboek. Ondanks de hardheid van het scenario van Philippe Thirault (tekenaar Steve Cuzor heeft ook meegeholpen aan het scenario) is er ruimte voor een romantische kijk op het ogenschijnlijk troosteloze bestaan in achterbuurten. Er is een delicaat evenwicht tussen harde actiescènes en verstilde sfeerscènes. Dit is een prima bewerking van een bekend boek over een held tegen wil en dank.