Het eerste dat bij het doorbladeren dit eerste deel van Het syndroom van Abel opvalt is de duistere inkleuring, verzorgd door tekenaar Richard Marazano zelf. Hij publiceerde, soms als scenarist, al bij verschillende Franse uitgevers. Bij Glénat deed hij dat met Cuervos, bij anderen onder meer met Het chimpansee-syndroom en Tequila desperados.
Scenarist Xavier Dorison timmert de laatste tijd flink aan de weg, want van zijn hand komt het fraaie Long John Silver en niet te vergeten het puike eerste deel van XIII mystery. De lijn van spanning en sensatie zet hij door met Het syndroom van Abel. Sterker nog: het verhaal doet een beetje denken aan XIII, want ook hier moet iemand vanuit een onmogelijke positie de puzzelstukjes van zijn verleden op hun plaats leggen.
Hoofdpersoon Abel Weiss spoelt niet als XIII aan op het strand, maar springt uit een sloopauto, vlak voor het moment van definitieve vernietiging. Hij blijkt zeven jaar zoek te zijn geweest, zonder dat hij ook maar enig idee heeft waar hij heeft uitgehangen. Zijn geld is weg, zijn vrienden willen hem niet meer kennen en zijn destijds doodzieke kind is overleden. Een portie geweld en occultisme doet vermoeden dat er hier iets heel geks aan de hand is waar boze opzet achter schuilt.
Dorison is geen Jean van Hamme en Marazano is zeer zeker geen William Vance. Het scenario is onwaarschijnlijk - zelfs een beetje vergezocht - en de inktlijnen zijn wat zoekerig. Dat neemt niet weg dat de uitgangspositie intrigerend genoeg is om de lezer nieuwsgierig te maken naar het tweede deel. Bovendien gebeurt er genoeg in het filmisch vertelde verhaal om de spanning vast te houden. Dit neefje van XIII heeft potentie.