Er lijkt geen eind te komen aan de stroom publicaties over de Groote Oorlog (1914-1918). En dat is maar goed ook. 'Lest we forget' staat er op menig witte grafzerk langs het voormalige westfront. Ook het stripfront heeft dit bijna honderd jaar oude conflict (her)ontdekt. Het is dan ook een bron van spectaculaire gruwelstory's waarbij menig horrorscenario dunnetjes afsteekt. En nog allemaal echt gebeurd ook (tip: sla er Oorlogsbrieven van Unteroffizier Carl Heller maar op na).
Jean David Morvan (1969) is afkomstig uit Reims en dus opgegroeid tussen begraafplaatsen, memorials, musea en gedenktekens van La Grande Guerre. Zijn scenarios kennen we uit de sciencefictionstripreeks Wake, maar nu doet hij zijn geboortegrond eer aan met een trilogie over de Eerste Wereldoorlog. Daarvoor heeft hij een kongsi gevormd met Igor Kordey. Deze Kroatische tekenaar hoeft veel minder diep te graven in de historie om inspiratie op te doen. Zijn oorlogservaringen zijn de meest verse die je kunt krijgen in Europa. Dat is wellicht de reden dat zijn tekeningen van de frontsituaties zo realistisch en overtuigend zijn. Daarmee is meteen de grootste kracht van deze band genoemd: de artisticiteit van de platen is groot, maar ook de layout van de afzonderlijke plaatjes draagt bij tot de kwaliteit van het verhaal.
Wat is het verhaal: in juni 1940 bezoekt en jonge Amerikaanse journalist (Marvin) een oude veteraan uit 14-18 (Blaise). Marvin is gefascineerd geraakt door de verhalen die Blaise heeft gepubliceerd in een frontkrantje over de komst van een zwarte soldaat in de loopgraaf in juni 1915, die door soldaten wereldwijd (!) werd verheerlijkt als de Messias. De reden voor deze verheerlijking wordt in dit eerste deel nog niet geheel duidelijk. Wel wordt een aantal mogelijkheden onthuld: 1.De zwarte soldaat introduceert de nieuwe uitdossing van de Franse poilus. In plaats van de blauwe jas, de rode broek en de roodblauwe kepi (die de soldaten tot een onbeschermde schietschijf voor de Duitsers maakten) draagt hij als eerste het blauwgrijze uniform met de stalen helm. 2. Door zijn uiterlijke verschijning. Morvan doet voorkomen alsof deze zwarte voor de Franse soldaten een unieke verschijning was. Dit gaat gepaard met toekenning van dierlijke kenmerken (aap, tijger) en natuurlijk worden ook de seksuele clichés niet geschuwd (de afmeting van zijn geslacht). 3. Deze neger buigt voor niemand. De zwarte soldaat redt zijn regiment uit een Duitse hinderlaag door in zijn eentje (zwaargewond) alle moffen af te knallen.
Jammer maar helaas. Al deze anekdotes doen zo onwaarschijnlijk aan dat het boek veel aan geloofwaardigheid verliest. 1. Hoezo zou één enkele (zwarte) soldaat als bij toverslag een nieuw uniform introduceren? 2. In de Eerste Wereldoorlog werden koloniale regimenten bij de vleet ingezet (als kanonnenvlees) door de Fransen. Gekleurde poilus waren dan ook geen bijzonderheid. 3. Heldendom is misplaatst in dit decor. Bij De Groote Oorlog passen slechts anti-helden (zie Carl Heller). Daarbij is het racisme historisch gezien misschien verklaarbaar, maar mis ik de teleologische nuancering, waardoor het boek een verdacht bijsmaakje krijgt.
Het is te hopen dat Morvan deze missers rechttrekt in deel 2 en 3, want de prachtige schetsen van Kordey verdienen beter.