Halmar de zoon van de zeewolf is een stripboek van uitgeverij Oberon uit 1980. Het was een eenmalige poging deze Vikingstrip van Don Lawrence in Nederland weg te zetten. Gezien het feit dat het hierbij gebleven is sloeg de reeks klaarblijkelijk onvoldoende aan. Later maakte uitgever Rob van Bavel dit goed door veel verhalen op te nemen in zijn Don Lawrence - the collection-reeks; uiteraard ontbraken daarin de verhalen over de zeeheld (die zijn oorspronkelijke naam Karl weer terug kreeg) die niet door Lawrence werden getekend. In Karl the Viking - the collection die dezelfde uitgever met trots tijdens De Stripdagen presenteerde, zijn alle verhalen over Karl the Viking nu integraal opgenomen. Het is een kloek vierluik geworden dat in een luxe box met speciaal gemaakt omslag in ieder geval een sieraad voor de boekenkast oplevert.
Karl the Viking verschijnt voor het eerst in het Engelse stripweekblad Lion in oktober 1960. De reeks zou vier jaar lopen, tot september 1964. Karl, die in andere uitgaven of vertalingen behalve Halmar ook Erik en Rolf wordt genoemd, beleeft klassieke Vikingavonturen zoals ‘onze’ Eric de Noorman. Hij vaart uit met zijn bemanning op zoek naar schatten, nieuw land of om bepaalde opdrachten te volbrengen. Zijn tegenstanders zijn imposant en hebben prachtige namen als Haakon Vlambaard, Tava de ruggenbreker, Gefion Eenoog en Selgor de Wolfman. Karl zelf weet in iedere aflevering, althans zo lang scenarist Ted Cowan de verhalen bedenkt, de slimme oude Sven en de sterke Ajarn aan zijn zijde waarbij herinneringen aan Roodbaard terecht opdoemen. Het onvoorspelbare karakter van Karl, samengevoegd met de soms magische oplossingen, maakt de reeks onvoorspelbaar en daardoor leuk.
Over het tekenwerk van Lawrence kan slechts lovend worden geschreven. In de periode voorafgaand aan deze historische reeks had hij zich al beoefend in een klassiek genre door Olac de gladiator te tekenen. Oefening baart kunst, zo blijkt. Zijn tekeningen van Karl the Viking in zwart/wit geven duidelijk weer in welke hoge mate hij ook in die periode al het realistisch striptekenen beheerste. Uitvergrote emoties, imposante slagvelden en indrukwekkende spierpartijen wisselen elkaar af waarbij het fijne arceerwerk en gebruik van knappe schaduwpartijen meteen opvalt.
In de laatste twee delen zijn ook de verhalen van andere tekenaars (Ruggero Giovannini, Robert Forrest en Ted Drury) en een andere scenarist (Michael Moorcock) opgenomen; van enkele verhalen zijn geen makers bekend. In ieder deel vertelt Van Bavel uitvoerig over de achtergronden van de reeks en zijn makers. Het maakt deze stripbundel, mede vanwege zijn verzorgde buitenkant tot een volledige en geslaagde bibliofiele uitgave over een stripfiguur die voor velen een relatieve onbekende is. Wel jammer is dat het vanwege de prijs vooral een feestje voor Lawrence-adepten wordt. Deze strip verdient namelijk een groot publiek.