We weten allemaal hoe populair manga in Japan is. Ook weten we allemaal hoe die stripfiguren eruit zien: kinderlijke gedaanten met enorm grote, onschuldige ogen die in vaak gewelddadige verhalen een rol spelen. Ook is het nog niet eens zo moeilijk om te wennen aan de Japanse leesrichting: van achteren naar voren èn van links naar rechts. Moeilijker is het om grip op de strips te krijgen. Of het nu komt omdat de Japanse en Chinese legendes met vele demonen en watergeesten niet bekend zijn en daarom minder aanspreken, de hoofdpersonen Kagome en Inuyasha met tal van onsmakelijke fantasiegedaanten zoals de duizendpootvrouw de strijd moeten aanbinden, de waarde van de Shikon No Tama (het juweel van de vier zielen uit de Shinto-filosofie) me ontgaat of de beeldvoering vaak te wensen overlaat (te grof, hoewel deel twee in dit opzicht beter is), deze manga die inderdaad wemelt van de doodskoppen en skeletten maakt geen blijvende indruk.
'Rumiko Takahashi (1957) is de mangaka par excellence', zo staat in de pockets te lezen. Tijdens haar middelbare schooltijd maakte ze kennis met manga’s en na haar afstuderen aan de universiteit legde Takahashi zich volledig op het tekenen van manga’s toe. Ze is één van de meest productieve mangaka en het aantal verkochte exemplaren van haar manga’s heeft inmiddels de onvoorstelbare grens van 100 miljoen overschreden. 'Het is daarom waarschijnlijk geen toeval dat ze één van de rijkste, zoniet DE rijkste tekenares van Japan is,' juicht de pocket in een ietwat bevreemdende aanbeveling. Het is maar de vraag of de vertaling van haar werk in het Nederlands haar nòg rijker zal maken.